ongeneeslijk religieus gerko tempelman

Gerko is ongeneeslijk religieus en schreef daar een boek over

Vandaag verschijnt Ongeneeslijk Religieus, het debuut van Lazarus-blogger Gerko Tempelman. Hij vertelt over zijn zoektocht naar een God die dood is verklaard door Nietzsche en probeert om een manier te vinden om in de postmoderne tijd religieus te zijn. Een leesfragment.  

Vlak voor mijn achttiende verjaardag ging ik op bezoek bij een professor. Bij hem thuis op de bank. Koffie met een koekje erbij. Hij ging naar dezelfde kerk als ik (zo kende ik hem) en ik wilde hem om raad vragen. Ik was bijna klaar op de middelbare school en ik zou gaan studeren. En de grote vraag was: waar? Met een aantal vrienden had ik vier plekken bezocht: Utrecht, Amsterdam, Kampen en Apeldoorn. In die laatste twee steden bestond de universiteit uit maar één faculteit: theologie. Avondenlang maakte ik lijstjes met voors en tegens per stad.

Ik ben opgegroeid in wat sommige mensen de ‘laatste zuil van Nederland’ noemen: de gereformeerd vrijgemaakte kerk. Ik ging naar een gereformeerd vrijgemaakte basisschool, een vrijgemaakte middelbare school en ik werkte in de zomer op een vrijgemaakte camping. Bij ons thuis werd de vrijgemaakte krant gelezen, ’s zondags ging ik twee keer naar de kerk, doordeweeks volgde ik catechisatie en ging ik naar de vrijgemaakte jongerenvereniging. Mijn vrienden waren allemaal vrijgemaakt, mijn familie was vrijgemaakt, mijn docenten waren vrijgemaakt en bij de verkiezingen stemde iedereen op de vrijgemaakte partij. Ik vroeg de professor: ‘Zou het niet goed voor mijn ontwikkeling zijn om ook eens andere plekken te zien?’

Een goed gereformeerde basis

Als je theologie gaat studeren, is er een dikke kans dat je dominee wordt. Zeker als je theologie gaat studeren in de vrijgemaakte kerk. Ook ik hield er rekening mee dat ik op een dag dominee zou worden. Maar, zo had ik bedacht, zou je nu juist van een dominee niet willen dat-ie iets meer weet van de wereld? Amsterdam leek me wel wat. De professor zei: ‘Niet verstandig. Ga naar Kampen, daar krijg je een goed gereformeerde basis. Pas daarna zou je naar Amsterdam kunnen.’

Ik had het natuurlijk kunnen weten. De professor werkte op die vrijgemaakte universiteit – natuurlijk zou hij me aanraden daarheen te gaan. Maar ik was vooral verbaasd. Ik was namelijk zelf allang overtuigd van mijn eigen argument dat het goed was om verder te kijken dan mijn eigen achtergrond. En ik kon me niet voorstellen dat hij het niet met me eens zou zijn. Natuurlijk moet je je ook buiten je eigen kaders begeven. Dat levert alleen maar voordelen op. Dacht ik. Hij dacht er anders over.

Ik besloot naar Amsterdam te gaan. Ik had alle voors en tegens op een rijtje gezet. Gewikt en gewogen. En uiteindelijk hakte ik de knoop door. ‘Daar moeten we het nog eens over hebben,’ zei een predikant die ik goed kende. Het is er nooit van gekomen. En er was een vrouw uit mijn kerk die zei: ‘Als je naar Amsterdam gaat, zul je je geloof verliezen.’

Maar ik was daar niet bang voor. Ik was gepokt en gemazeld in de vrijgemaakte theologie en had me deze helemaal eigen gemaakt. Ik geloofde erin. Met alles erop en eraan. En ik twijfelde er niet aan dat een stevig geloof bestand zou zijn tegen een studie in Amsterdam. Ik begreep de voorzichtigheid ook niet. Alsof theologie studeren in Amsterdam een soort universeel recept is voor het kwijtraken van je geloof. Wie dat zegt, dacht ik altijd, heeft niet echt een hoge pet op van z’n eigen geloof. Wie dat zegt, vond ik, moet zich afvragen of-ie het zelf allemaal wel gelooft.

Investeren in mijn persoonlijk geloof

Wel had ik bedacht dat ik me goed moest voorbereiden. Geloofsverlies zou wel op de loer liggen in Amsterdam (of in andere steden dan Kampen). En dus moest ik naast studeren ook blijven investeren in mijn persoonlijk geloof. Als ik de hele dag op college wetenschappelijk met de Bijbel bezig was geweest, dan moest ik niet ‘s avonds op de bank niksdoen. Nee, dan moest ik ‘s avonds alsnog diezelfde Bijbel erbij pakken, maar dan voor een persoonlijke lezing. En voor gebed. Op die manier zou het mogelijk moeten zijn om én in Amsterdam te studeren én mijn geloof te behouden.

Als je naar Amsterdam gaat, zul je je geloof verliezen. Ze bleek toch gelijk te hebben. Althans: het vastomlijnde geloof dat ik had aangehangen in mijn jeugd begon al snel te kraken in z’n voegen. Ik hoorde dingen op de universiteit die ik nog nooit had gehoord. Erger nog, ik hoorde dingen waarvan ik mezelf afvroeg: waarom heb ik mezelf dit nooit afgevraagd?

‘Leg de twee stambomen van Jezus maar eens naast elkaar’, zei een docent. ‘Ze komen voor een belangrijk deel niet overeen.’[1] En ik dacht: hoe bestaat het. Hoe bestaat het dat ik nooit eerder heb bedacht dat je die twee kunt vergelijken? Waarom is dit in al die uren Bijbelstudie in mijn leven nooit voorbij gekomen? Hoe kan het dat die manier van Bijbellezen zo nieuw voor me is?

Ik ging in korte tijd van absolute zekerheden over naar absolute twijfel. Na een jaar was ik definitief de weg kwijt. Ik kon de schijn nog een tijdje ophouden voor mezelf. Het ging goed met me, ik vond studeren leuk. Razend interessant zelfs. Maar de impact van alles wat ik leerde boorde zich dwars door me heen. En hoe langer dat duurde, hoe meer ik inzag dat veel overtuigingen van vroeger één voor één op de helling kwamen te staan.

Reddeloos verloren?

Ik weet niet zeker of ik definitief mijn geloof verloor. Op sommige momenten wist ik zeker van wel. Soms nu nog wel. Maar ik heb het nooit zo uitgesproken: ‘ik geloof niet.’ Dat heb ik nooit gewild ook. Maar voor de achterblijvers uit mijn jeugd is het waarschijnlijk een uitgemaakte zaak. Veel van wat ik vroeger geloofde, geloof ik nu echt niet meer. Ten opzichte van mijn achtergrond ben ik reddeloos verloren. In mijn jeugd heette dit ‘het hellende vlak’. Als je eenmaal aan één ding begint te twijfelen, ga je op den duur aan alles twijfelen. Als je niet meer gelooft in een zesdaagse schepping, of Jona in de walvis, wat houd je dan nog over? Een drogreden, leerde ik later. Maar de vlieger ging wel op in mijn geval.

En toch. Hoe minder ik ben gaan geloven, hoe minder ik het kan loslaten. Dat zie ik ook bij anderen om me heen. Meestal niet op een directe manier. Niet dat ik nachtenlang lig te malen over wat waar is. Of dat ik elke zondagochtend denk dat ik in de kerk zou moeten zijn. Maar wel op deze manier: dat ik bovenmatig geërgerd kan zijn over streng religieus gedachtegoed. Of de collectieve gêne die ik voel als een gesprek met mijn (veelal ex-christelijke) vrienden soms raakt aan christelijke thema’s. Dat ik geïrriteerd word van christelijke liedjes uit mijn jeugd. Ik heb een hekel aan christelijke liederen zingen. Alles in mij verzet zich ertegen.

Maar ook op een positieve manier: ik vind theologie nog steeds interessant. Op vakantie lees ik boeken over God. Soms moeilijke theologie. Ik vind het belangrijk om geloven niet af te doen als iets achterlijks. Ook niet als het over de islam gaat (ik geef er veel cursussen over). En ik erger me aan mensen die zich te overduidelijk afzetten tegen hun christelijke achtergrond. Het is duidelijk. Ik ben ongeneeslijk religieus.

Afscheid van het vertrouwde

Sommige mensen zeggen: dat ongeneeslijk-religieus-zijn is het loskomen van het geïndoctrineerde systeem uit je jeugd. Als je je leven lang gebrainwasht bent in een bepaalde manier van denken, dan kost het heel veel tijd om er vanaf te komen. Je raakt het nooit helemaal kwijt. Arme jij. Dat vind ik sterk overdreven, zo heb ik dat nooit beleefd. Maar ik ken genoeg mensen voor wie het echt zo voelt. Mensen die hun geloofsopvoeding (licht) traumatisch noemen.

Natuurlijk, ook voor mij geldt dat de verwerking van mijn jeugd me ‘ongeneeslijk religieus’ maakt. Logisch, want je geloof kwijtraken is een verlieservaring. Er is sprake van rouw. Mijn vroegere geloofsopvattingen hoorden bij mij. Ik hield ervan. En nu ben ik ze kwijt. Je kunt het ook coming of age noemen. Je wordt volwassen. De kindertijd is voorbij. Je neemt afscheid van alles wat oud en vertrouwd is. En ik moet me natuurlijk ook verhouden tot mijn vroegere zelf. Tot mijn vroegere achtergrond, waar mijn ouders nog steeds deel van uitmaken.

[…]

Ooit volgde ik een college filosofie bij professor Van Woudenberg. Het ging over beliefs: overtuigingen van allerlei aard. Niet per se religieuze overtuigingen, maar ook politieke of maatschappelijke overtuigingen. Bijvoorbeeld de overtuiging dat het niet goed is om je kind in te enten.[2] De vraag tijdens het college was: hebben deze mensen zelf gekozen voor de overtuiging dat ze hun kind niet moeten inenten?

Natuurlijk! is dan de eerste gedachte. Zeker bij zo’n belangrijke overtuiging. Je gaat er niet van uit dat iemand op een dag wakker is geworden en dacht: hé, ik vind inenten opeens onzin. Nee, iemand heeft nadrukkelijk een keuze gemaakt. Een heel bewuste keuze, en eentje met een heleboel mogelijke consequenties.

Maar werken overtuigingen wel zo? vroeg Van Woudenberg zich af. Kan ik er bijvoorbeeld nu voor kiezen om inenten onzin te vinden? Probeer het eens. Nu. Hier. ‘Ik ben nu écht tegen inenten.’ Lukt het? Mij niet. Ik kan wel doen alsof ik inenten niet belangrijk vind, maar ondertussen vind ik het wel belangrijk.

Geloven is geen keuze

Probeer het met een onschuldiger voorbeeld: kan ik nu besluiten dat ik geloof dat de maan van kaas is? Zo van: ik geloof vanaf nu volledig dat datgene wat we de maan noemen, geen brok van steen is, maar een enorme homp kaas. Van koeienmelk. Kun je daarvoor kiezen? Nee. Want ook al probeer je het, je gelooft dat gewoon niet.

Eigenlijk geldt dat voor alle overtuigingen. Ik kan niet ineens besluiten om een andere politieke oriëntatie te hebben dan ik heb. Ik kan niet kiezen vandaag ook maar eens te geloven dat de maanlanding nep was. Waarom niet? Nou, om te beginnen om deze reden: ik geloof dat niet. Ik geloof wat ik geloof, en ik ben daar (blijkbaar) niet zomaar van af te brengen.

Gek eigenlijk. Want dat lijkt niet te rijmen met de manier waarop we omgaan met mensen die andere overtuigingen hebben dan wijzelf. Jij bent tegen inenten en ik vind daar wat van. Wat als jouw kind ziek wordt? Dan is het jouw schuld. Waarom? Omdat niet-inenten jouw overtuiging was. Blijkbaar houd ik jou verantwoordelijk voor die overtuiging. En als iemand denkt dat Amerikaanse machthebbers zelf de aanslag op 9/11 hebben veroorzaakt, dan vinden we daar iets van. We houden ze verantwoordelijk. Je gelooft in sprookjes, zeggen we dan. Stop daarmee. Geloof dat niet meer. Maar dat gaat dus niet.

Iemand kan niet opeens kiezen iets anders te geloven dan wat-ie gelooft. Jij kunt niet ineens geloven dat de maan van kaas is. En wie eenmaal gelooft dat 9/11 een complot was, kan niet op één moment kiezen iets anders te geloven.[3]

Verantwoordelijk voor wat je gelooft

Een vreemde patstelling. Het lijkt een beetje op mijn ervaring in Amsterdam. Kon ik wel kiezen om mijn geloof te behouden? In eerste instantie zou ik zeggen: ja. Dat had gekund. Als ik het wilde. Maar zo voelde het niet. Sterker nog: als ik zou proberen om wel gelovig te blijven, dan zou het onecht voelen. Het zou voelen dat ik wel zeg te geloven dat de maan van kaas is, maar daar ondertussen helemaal geen barst van geloof. Ja, ik kan wel zeggen dat ik in Jona in de walvis geloof, maar ik geloof daar helemaal geen snars van. Waarom niet? Nou ja, er zijn redenen voor. Maar het begint hier: omdat ik het niet geloof.

De volgende vraag is dan: als mensen niet kunnen kiezen waarin ze geloven, kunnen we mensen dan ook niet verantwoordelijk houden voor wat ze geloven? Zijn mensen volstrekt onschuldig wat betreft hun overtuigingen? Moeten we concluderen dat mensen er niks aan kunnen doen dat ze vinden dat inenten niet belangrijk is? Nee, natuurlijk niet.

Van Woudenberg stelt:[4] we houden mensen wel degelijk verantwoordelijk. Niet voor wat ze vinden, maar voor hoe ze tot hun overtuigingen zijn gekomen. Als mijn buurvrouw gelooft dat 9/11 een samenzwering was, dan werd ze niet op een dag wakker met die overtuiging. Nee, mijn buurvrouw is tot die overtuiging gekomen na diepgravend onderzoek. Ze heeft net zo lang allerlei samenzweerderige blogs gelezen, totdat ze overtuigd was. En we houden haar verantwoordelijk voor dat traject, niet zozeer voor de uitkomst.

Als een tante van mij tegen inenten is, dan is daar waarschijnlijk een proces van overwegen aan voorafgegaan. En bij dat overwegen heeft zo iemand de medische wetenschap minder hoog aangeslagen dan andere overwegingen. En dat proces vinden veel anderen laakbaar. De overweging die leidt tot een overtuiging, daar had iemand op moeten bijsturen. De overtuiging zelf is bijna een logisch gevolg van de overwegingen.

Anders gezegd: als je heel lang op het internet zoekt naar samenzweringstheorieën, dan wordt de kans veel groter dat je erin gaat geloven. Als je inderdaad de medische wetenschap gaat wantrouwen, dan is er een grote kans dat je op een dag tegen inenten bent. Die gevolgtrekking is relatief logisch. En dus zouden we iemand niet verantwoordelijk moeten houden voor de uitkomst, maar voor het proces dat eraan vooraf is gegaan.

Als een boemerang terug

Precies wat die vrouw uit de kerk tegen mij zei, toen ik overwoog in Amsterdam te gaan studeren. ‘Als je naar Amsterdam gaat, zul je je geloof verliezen.’ En precies waar die professor me voor waarschuwde. Zij zeiden al: je moet het proces niet willen aangaan. Het pad dat je gaat afleggen, riskeert heel sterk de verkeerde uitkomst. Een uitkomst die ik zelf, toen, op de bank bij die professor, niet eens zou willen.

Dan hadden ze toch gelijk. Ik had niet naar Amsterdam moeten gaan. Mijn argument dat het goed was om kennis te maken met andere ideeën kreeg ik als een boemerang terug. Want voor de duidelijkheid, daar op de bank bij de professor was ik absoluut niet van plan om mijn geloof kwijt te raken. Maar het gebeurde wel, precies zoals zij zeiden. En dus had ik, met terugwerkende kracht, niet naar Amsterdam moeten gaan. Een gekke conclusie. Hij zit me ook niet helemaal lekker. Maar ik weet niet goed waarom.

Meer lezen? We mogen 3 exemplaren van het boek weggeven. Laat hieronder weten waarom jij het wilt lezen! 

ongeneeslijk religieus

 

Ongeneeslijk religieus, Gerko Tempelman, Kok, € 17,99

Meer info vind je op ongeneeslijkreligieus.nl 

 

 

 

 


[1] Matteüs 1:1-17 en Lucas 3:23-38.

[2] Dit voorbeeld heb ik zelf bedacht en komt niet van Van Woudenberg.

[3] Van Woudenberg, R. (2013), ‘Belief is Involuntary: the Evidence from Thought Experiments and Empirical Psychology.’ In: Discipline Filosofiche. Rivista semestrale, 111-131.

[4] Van Woudenberg, R. (2009), ‘Ignorance and Force: Two Excusing Conditions for False Beliefs.’ In: American Philosophical Quarterly, 46 (4), p. 373-386.

22 reacties op “Gerko is ongeneeslijk religieus en schreef daar een boek over”

  1. ik preek zondag over Nietzsche. En lees – oh wat een mooi toeval- bij mijn ochtendwijding over Gerko’s boek. Wil wel graag -als ik zo lees op Larazus–wat uit zijn boek meenemen in mijn preek.

  2. Wat een interessant artikel! Voor een groot deel erg herkenbaar. Wat in het artikel niet duidelijk naar voren komt is wat er nog overblijft van het geloof, waar zit de kern van het ongeneeslijk religieus zijn, wat houdt je staande? Ik verwacht dat dit wel in het boek staat en daarom wil ik het boek graag lezen.

  3. Ik ben bezig in het boek van Tim Fransen, Brieven aan Koos. Daarnaast lees ik het boek Ik wil dat jij bent van Thomas Halik. In beide boeken komt Nietsche voor op een voor mij hele nieuwe manier. Ik ben zeer benieuwd of en hoe Gerko er in zijn boek op in gaat. Ook herken ik zijn proces, al loopt mijn route anders. Ik ben zéér benieuwd naar zijn boek!

  4. Ik lees momenteel twee boeken waarin Nietzsche op een voor mij nieuwe manier voorkomt. Het zijn Brieven aan Koos van Tim Fransen en Ik wil dat jij bent van Thomas Halik. Ik ben zeer benieuwd of en hoe Gerko over Nietzsche schrijft. Daarnaast vind ik zijn proces héél herkenbaar, ik ben dan ook benieuwd naar zijn verhaal.

  5. Wat een herkenbaar stuk! Ik ben erg nieuwsgierig naar de rest van het boek. Dit helpt mij om m’n verhaal naar mijn omgeving woorden te geven, waar ik het zelf soms lastig vind om het uit te leggen.

  6. Ik voel me als godsdienstdocent verantwoordelijk voor dat de school een goede oefenplaats is voor het Koninkrijk van God, zodat leerlingen als ze eenmaal die oefenplaats verlaten hebben, ze op zijn minst al een keer gedacht hebben over de vragen van Gerko: Waarom is dit in al die uren Bijbelstudie in mijn leven nooit voorbij gekomen? Hoe kan het dat die manier van Bijbellezen zo nieuw voor me is?
    Ik hoop mijzelf en mijn leerlingen met onder andere het boek van Gerko daarbij te kunnen helpen.

  7. Wauw, zit helemaal in je verhaal. Wil graag verder lezen.. En ja, ben ook lekker in de allerlaatste zuil van Nederland groot gebracht. Dus herkenning ten top.

  8. Ja, ongeeslijk religieus; ik geloof er steeds meer in;-) En ik ben inmiddels zo ver ‘afgegleden’ (hellend vlak) dat ik niet meer wil en kan doen alsof er niets aan de hand is en alles nog precies zo ‘werkt’ als toen ik in de heer was. Ik denk dat het boek van Gerko me kan helpen om woorden te geven aan het proces waar ik in zit. In een interview met de schrijver in een krant las ik: God is geen quick fix, geen fruitautomaat. Preach it, Tempelman!

  9. Ik zou het boek aan mijn zoon willen geven. Hij is bezig om uit te zoeken of hij wel gelooft en wat dan en hoe dan. Bij die zoektocht zou dit boek hem misschien kunnen helpen. Dus graag!

  10. Als docent ‘levenskunst’ wordt ik getriggerd door de vragen die Gerko aan het leven stelt en de rol die beliefs hebben (mooi woord!) Wat zou dit boek mij kunnen helpen om studenten te begrijpen en uit te dagen met nieuwe ogen naar God te kijken. Ook spannend, want wat blijft er over van mijn eigen overtuigingen?

  11. Super interessant!!!! Momenteel ben ik studente GPW in Ede en al veel geloofsvragen zijn er voorbij gekomen. Pieken van echte zekerheid en diepe dalen van zoveel twijfels, ik ken het! Maar ik blijf religieus, in welke fase ik ook zit..
    Ik zal zelf veel leren van je boek! Van jouw reis hierin en dit wil ik doorgeven aan anderen (door de verhalen uit je boek te vertellen maar ook door jouw boek te delen met de mensen om mij heen en ook in mijn werk als pastoraal werker).

  12. Wel of niet naar Amsterdam gaan heeft volgens mij geen op zichzelf staande betekenis. Mogelijk dat het voor de professor en mevrouw in de kerk inderdaad klopt om niet naar Amsterdam te gaan, maar het kan in mijn optiek nooit een algemeen geldend iets zijn. Dit nog buiten het feit DAT je gegaan bent. Dus de vraag of je niet of wel had moeten gaan is op een bepaalde manier niet relevant. Het feit dat je de vraag stelt wél. Welke overtuiging ligt hier aan ten grondslag? Overtuigingen zijn in mijn optiek meer dan met rationele overwegingen, inherent verbonden met (de bereidheid/ mogelijkheid om te dealen met) pijnstukken uit het verleden / het onbewuste. “Vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen”. Je kan overwegen tot je een ons weegt, maar als je de liefde niet hebt… Niet dat overwegen ‘slecht’ is en overboord gegooid moet worden! Maar waarvan uit overweeg je? Vanuit welke positie? Je kunt van het Christendom van alles beweren, maar niet dat er nooit ‘overwegingen’ hebben plaatsgevonden. Is het Christendom ook verantwoordelijk te houden voor het proces van overwegingen? Als ik naar mezelf kijk: het proces van overwegen kan ik soms de plek in laten nemen van wat ik van binnen weet en voel wat klopt. De verantwoordelijkheid die ik volgens mij heb, is om juist ook die plekken in mezelf te betrekken die ongemakkelijk, kwetsbaar en beangstigend zijn: die blokkades vormen voor liefde. Wanneer ik dit niet doe, dan comprimeer ik de positie waarvan uit ik mijn keuzes maak. Dit gaat verder dan psychologie, omdat het verwijst naar wat achter mijn psychologische afweermechanismen ligt… Ik ben er heilig van overtuigd dat iedereen ongeneselijk religieus is, wanneer je religieus vertaald naar ‘het (verlangen naar) de herverbinding met onze oorspronkelijke Bron’. Ik ben er ook heilig van overtuigd dat ieder mens zijn/haar eigen pad hierin/ hiertoe te volgen heeft. Mooi om iets van jouw pad te kunnen lezen in het bovenstaande leesfragment!

  13. Bijzonder hoe stukken uit het verhaal en de reacties daarop mij in de achterliggende dagen passeerden. Van het ‘Amo, volo ut sis’ (ik heb lief, dat is: ik wil dat jij bent) van Augustinus en het boek van Halík, als motto voor het missionaire deel van een kerkelijk beleidsplan dat ik mee aan het schrijven ben, tot een gesprek over het geslachtsregister van Jezus volgens Lucas dat ik zondag voerde. Jezus de zoon van God. Want via … via Adam, mens, zoon van God.

    Er is in de loop van de jaren meerdere keren tegen mij gezegd ‘ga theologie studeren’. Ik had minder vertrouwen in mijn geloof dan Gerko, want ik was er van overtuigd dat mijn geloof een gedegen en kritische theologische studie niet zou overleven. Maar uiteindelijk komen de vragen toch; sta je ze toe. Een atheïstische collega was heel behulpzaam in het me afhelpen van (af)godsbeelden. Kortom, ook zonder theologische studie overleefde mijn oude geloof niet.

    Maar wat betekent het nou indien je dat geslachtsregister omdraait en begint bij Adam? Worden we dan allemaal zonen (m/v/-) van God? Wat doen die vrouwen in dat geslachtsregister bij Mattheüs? Vertellen die tegenstrijdige geslachtsregisters ieder een eigen verhaal? Maakte God mij via die collega uiteindelijk duidelijk dat Hij niet wil dat ik beelden van Hem(?) maak? Ondertussen worden de verhalen uit dat oude boek steeds mooier; de gelaagdheid, de wijsheid. Dus ja, ongeneeslijk religieus. Misschien wel ongeneeslijk gelovig. En die studie theologie begint steeds meer te trekken…

    Het was natuurlijk de bedoeling dat ik reageer om in aanmerking te komen voor een gratis exemplaar van Gerko’s boek? Maak daar maar iemand anders blij mee. Ik moet eerst ‘Verslaafd aan God’ van Peter Rollins nog uitlezen…

    1. Hey Robert,
      dank voor je reactie en beschrijving! Ik heb veel Rollins gelezen en dat heeft me absoluut geholpen. Mijn boek is een verkenning van precies die traditie. Peter Rollins is een aanrader dus. Ik ben benieuwd wat je ervan denkt.

      1. Wat tof dat je reageert Gerko! Ik zal je boek aanschaffen en lezen. Dat wordt dan wel doorlezen. Er liggen nog een paar boeken te wachten. En mijn predikante raadde me woensdag nog ‘What would Jesus deconstruct?’ van John Caputo aan. Dus een reactie laat misschien nog even op zich wachten. Anders tijdens de 2019 editie van Graceland? DV wel te verstaan…

  14. beloofd is beloofd!!! 🙂
    Maar daarnaast is mijn grootste reden….
    ik heb Gerko leren kennen als een inspirerende ruimdenkende man/jongen/medestander ect ect en nog meer van die mooie begrippen…
    kort samengevat Gerko is een mooi bezielend mens en dit schrijven van hem wil ik zeker lezen en graag in mijn bibliotheek hebben staan…
    tevens kan ik werk van hem gebruiken bij inspirerende avonden die ik heb met familie, vrienden, kennissen en andere voorbijgangers …
    en ik het gesprek kan afsluiten met mooie woorden hoe trots ik mag zeggen hoe bevoorrecht ik ben om hem in het echt ontmoet te hebben….
    bvd 🙂

  15. Stuur maar op dat ding. Daarom. Omdat de persoon me 5 jarenlang heeft vermaakt tijdens de poepbus naar die ene school. Dat zal met dit boek ook wel lukken.

    1. Waarschijnlijk was het die bus inderdaad. Die onze zielen zo dood maakte als een pier. Ben benieuwd wat je van het boek vindt! (als je ‘m wint – ik ga er niet over) (en anders is-ie nog te koop ook) (zonder buskorting) (knieperigheid – dat was per slot van rekening de reden dat we in dat ding terecht kwamen).

  16. Vanwege de prikkelende eindconclusie zou ik het boek graag verder willen lezen. Ben benieuwd of er nog andere gedachten naast komen te staan:-).

  17. Zelf benoeuwd. Kinderen vast ook. Lengte diepte hoogte van God. Ondoorgrondelijk. Zegen en genade. Ook door generatie en tradities en achterhaalde inzichten. Nou en. Jahwèh is Jahwèh met altijd meer hoofdletters.

  18. Wat een mooi fragment, dankjewel. Dat maakt nieuwsgierig naar de rest. Die zoektocht naar het onderscheid tussen waardevol en zinloos, kijken wat er overblijft als je de ballast overboord gooit. Ik zet het boek hoe dan ook op mijn verlanglijstje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *