De opstanding van Jezus; hoe betrouwbaar zijn de verslagen ervan?

Vier verslagen over de opstanding van Jezus, die allemaal net even anders zijn. Wat moet je met die verschillen? En wat zeggen over de betrouwbaarheid van de verslagen? Rob Bell borduurt voort op zijn blog van vorige week

Vier mensen hebben verslag gedaan van het leven van Jezus: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Ze vertellen allemaal dat Jezus door een van zijn vrienden werd verraden, dat Hij voor het laatst met die vrienden at, dat Hij werd gekruisigd door de Romeinen en daarna opstond uit de dood.

Wanneer je de verschillende verslagen van Jezus’ opstanding leest, valt er meteen van alles op.

Marcus schrijft dat een paar vrouwen op de eerste dag van de week naar het graf gaan: Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Salome.
Máár Matteüs zegt dat Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf gaan.
(Lekkere domper overigens. Hoe zou jij het vinden als je in haar schoenen stond en de geschiedenis inging als ‘de andere Maria’?
O, je weet wel: het was die andere Maria.
Zo, Bob, volgens mij ben verliefd op Maria. ‘Nee joh, ik ben helemaal gek van Die Andere Maria.
Beetje flauw, al die Mariagrapjes? Maar Maria is zo’n mooie naam.)

Volgens het evangelie van Johannes was Maria van M. in haar eentje. Als ze bij het graf komt, vraagt de een of andere gast waarom ze huilt en wie ze zoekt, maar ze denkt dat het de tuinman is, vandaar dat ze hem vraagt of hij het lichaam heeft weggehaald en waar hij het dan naartoe heeft gebracht… Dan kan ik hem meenemen (zegt ze; je hoort meteen dat dit een vrouw is die van aanpakken weet).

Maar dan noemt die gast, de zogenaamde tuinman, haar bij haar naam en ze beseft dat het Jezus is.

Hij leeft!

Lucas beschrijft hoe diezelfde gast met twee leerlingen oploopt van Jeruzalem naar Emmaüs (een dorpje twaalf kilometer verderop) en de hele tijd met ze praat. Pas als ze samen gaan eten en hij het brood breekt, herkennen ze hem en beseffen ze dat het Jezus is.

Hij leeft!

(Interessant dat de mensen die het dichtst bij Jezus stonden en jaren met hem hadden opgetrokken hem niet herkennen als Hij is opgestaan. Hmmm. Als er weer eens iemand hamert op het feit dat het een echte, letterlijke opstanding was – en dat is iets geweldigs als je het mij vraagt – wijs er dan wel even op dat dat ‘lichamelijke’ niet inhoudt dat Hij er precies zo uitzag als voor zijn dood.)

Opwinding en verwarring

Eén evangelie vermeldt dat er een aardbeving was, de andere noemen die niet; Johannes heeft het over twee engelen in witte kleren die op de plek zitten waar Jezus’ lichaam lag, volgens Lucas waren het twee mannen in stralende gewaden, Marcus heeft een in wit geklede jongeman die aan de rechterkant zit en bij Matteüs daalde een engel neer uit de hemel, rolde de steen weg

en ging erop zitten.
Want dat doe je natuurlijk
als je een steen wegrolt
en een graf openmaakt.

Als je alle verslagen achter elkaar leest, vallen vooral de grote opwinding, al het heen-en-weer rennen en de verwarring op. Even afgezien of het werkelijk waar is dat iemand uit de dood is opgestaan (voor de duidelijkheid: ik geloof dat, alleen al omdat het zo’n prachtig gegeven is…): de vier verslagen van Jezus’ opstanding bevatten een warboel aan details die van het verhaal op z’n zachtst gezegd nogal een mengelmoes maken.

Er zijn diverse reacties mogelijk op die verschillen:

Je kunt ze negeren. Sommige mensen blijven maar herhalen dat dit Gods woord is, dat we in geloof moeten aanvaarden wat er staat, dat we ons niet moeten afvragen of iets wel waar is, enzovoorts.

Je kunt er ook een duidelijk bewijs in zien dat de verhalen anders geïnterpreteerd moeten worden. Zie je wel, zeggen sommigen, het zijn natuurlijk mythen, bedenksels, fabels, fantasieën, etc., gebaseerd op legenden uit die tijd.

Beide benaderingen boeien me niet zo. Maar voor ik uitleg wat ik daarmee bedoel eerst een paar gedachten over hoe je iets aanprijst.

Want dit is wel de allerslechtste reclame die je je kunt bedenken. Als je een religie wilt beginnen, moet je het vooral niet zo aanpakken. Hoe kun je ooit iemand overtuigen als je nog niet eens met z’n allen de details goed op elkaar af weet te stemmen?

En dan heb ik het nog niet eens over de vrouwen gehad, maar daar moeten we het wél over hebben, want alle evangelieschrijvers zijn het erover eens dat het vrouwen waren die voor het eerst beseften dat (nu allemaal):

Jezus leeft!

Haal je niet alles onderuit?

In de eerste eeuw van onze jaartelling hadden vrouwen weinig in te brengen, hun getuigenis telde bijvoorbeeld nauwelijks als bewijs in een rechtszaak. Dus waarom vertel je een verhaal dat grotendeels gebaseerd is op de verklaring van vrouwen in een cultuur waarin aan zo’n getuigenis amper waarde wordt geschonken?

Ander punt: Matteüs schrijft dat Jezus met zijn leerlingen (zijn team?) afspreekt op een berg in Galilea,

en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog.

Huh…? Ze twijfelden?
Waarom vermeldt Matteüs dat erbij?
Als je een boek schrijft waarin je wilt aantonen dat Jezus de Messias is, de grote koning, de langverwachte redder van de wereld naar wie iedereen reikhalzend uitkijkt, waarom voeg je dan aan de climax toe dat sommige volgelingen twijfelden? Dan verknal je het toch helemaal? Dat haalt toch alles onderuit wat je tot nu toe hebt gezegd?

(Stel je de reactie van Jezus voor, daar op de berg: Hoezo, twijfel? Dat menen jullie toch niet? Ik ben gestorven en ik leef weer, indrukwekkender wordt het niet, hoor. Als je nu nog niet om bent, wat moet ik dan bedenken?)

En om even bij het onderwerp te blijven: jullie weten vast wel wat Jezus als eerste zei na zijn opstanding. Iedereen kent toch die klassiek geworden, briljante, diepzinnige woorden die Hij uitsprak nadat Hij, jawel, de dood had overwonnen:

Hebben jullie soms iets te eten?

en in een ander verslag:

Hebben jullie een stukje vis voor me?

Want we weten natuurlijk allemaal dat je na zo’n opstanding best trek hebt…

Hoe onbevooroordeeld ben jij?

Goed, nu een vraag aan jou:
Als er iets buitengewoons gebeurt, hoe denk je dat iedereen zich dat herinnert?

Of specifieker:
Als iemand opstond uit de dood, hoe zou dat verder verteld worden? Rustig en overzichtelijk, met een keurig opgebouwd verhaal? Of eerder een tikje chaotisch: sprankelend en flitsend en knetterend van de elektrische spanning omdat dit zo onverwacht is, zo buitengewoon dat je er eigenlijk geen woorden voor hebt?

Wat me bij de volgende vraag brengt:
Is dat warrige, menselijke karakter van het verhaal een reden om het niet serieus te nemen of juist een teken dat het een verslag is van iets wat echt gebeurd is?

Wat weer leidt tot nog een vraag:
Als Matteüs ons vertelt dat sommige leerlingen twijfelden, haalt dat het hele verhaal dan onderuit of overtuigt dat juist omdat het zo’n eerlijk, menselijk detail is?

Waarom hebben alle evangelieschrijvers het risico genomen om vrouwen als getuigen op te nemen? Dat zou je toch niet doen als je wist dat je verhaal daardoor ongeloofwaardig zou worden, behalve als die vrouwen echt de eerste getuigen waren.

Hoe onbevooroordeeld ben jij?
Zou het mogelijk zijn?
Kan het dat een nieuwe schepping in de huidige doorbreekt?
Is het graf leeg?
Wat gebeurt er als je uit dit geloof gaat leven?
Verandert er hierdoor iets in je hart?

Wat denk je: leeft hij?

Dit bericht werd eerder geplaatst op 6 juni 2016

7 reacties op “De opstanding van Jezus; hoe betrouwbaar zijn de verslagen ervan?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *