vrijwilliger vluchtelingencrisis

‘Lang zullen ze ons hier niet laten zitten, toch Rob?’

Rob is ‘vrijwilliger in de vluchtelingencrisis’. Hij wil waardigheid brengen op mensonwaardige plekken rond het Middellandse Zeegebied. Daar komt hij in contact met bijzondere mensen. Vandaag vertelt hij het verhaal van opa Maghmoud.  

‘You aag like aa sun too mee.’
‘En uw bent de opa die ik niet meer heb.’
‘So fgom now on wee aag family.’

We slikken beide. De deal wordt beklonken met een hoestbui van Maghmoud en een gepaste stilte van mijn kant. Dit is bijzonder, denk ik, terwijl de oude man zijn adem weer vindt. De Whatsapp-lijn ruist verder.

Zee van tenten

Ik denk terug aan twee jaar geleden. Door een Griekse militair bij de slagboom ben net het kamp binnengelaten. Als hij me vraagt voor welke hulporganisatie ik kom werken, wijs ik een willekeurige regel op het blaadje op zijn bureau aan. ‘Ah, you are a volunteer for Lighthouse Relief. Are you from Sweden like you collegues?’  Even later sta ik een beetje onwennig tegen de voorjaarszon in naar de zee van scheefgezakte UNHCR-tenten te staren.

‘Welcome to Kaatshikaas Refuugee Caamp’. Een kop vol groeven met een paar grote bruine kijkers, een doorrookte bas en een uitgestoken knokige hand: dat is het eerste wat ik van Maghmoud zie. ‘Whege aag you fgom?’ Het klikt meteen met deze hartelijke zeventiger. Hij steekt gelijk van wal. Waarom hij zo goed Engels spreekt, dat-ie een toeristen-gids was in Palmyra. ‘Ken je Palmyra niet? Heb je een telefoon, dan laat ik je de Romeinse ruïnes zien. Ik wil hier op een avond een spreekbeurt houden over de opgravingen. En dan mag jij me helpen met de projector.’

Dorp op een landingsbaan

Op een avond zitten we bij het kampvuurtje dat de volwassen zoons van Maghoud en zijn vrouw hebben aangestoken om de voorjaarskou te verdrijven. De vlammen flikkeren op het witte doek van de tenten in het ‘straatje’. Maar liefst 300 tenten staan hier op een voormalige landingsbaan van het Griekse leger. Ze kruipen dicht om het vuur; oma, opa, de kinderen en kleinkinderen. Die laatste lagen al op hun matje, maar dat is dun en de kou trekt vanuit de stenen waarop ze liggen omhoog. Bij opa en oma op schoot is het beter.

‘We moesten wel. IS vermoorde twee van mijn collega’s. We hebben onze koffers gepakt en de voordeur van ons familiehuis dichtgetrokken. Onze schoondochters namen de kleintjes op de arm en wij – hij wijst naar zijn volwassen zoons – de koffers.’ Zijn vrouw staart in het donker en knikt. We reisden dagenlang door Turkije. De overtocht in de rubberboot was verschrikkelijk. Met zestig mensen. Achteraf vertelde iemand me dat de zwemvesten die ze ons aan de kust verkochten nep waren. Ze dreven niet, ze zogen het water op. Als een spons. Het lukte ons niet om Chios te bereiken en we dreven af naar een rotseilandje waarvan we niet wisten of het Turks of Grieks was. Na een halve dag redde de Griekse kustwacht ons. We waren in Europa.’

Geen idee wat we hier moeten

Een van de zoons haalt zijn mobieltje uit zijn zak. Het zwakke licht werpt een blauwe gloed op zijn vermoeide gezicht. De ogen van zijn vader. ‘Dit is ons huis. Beneden woonden papa en mama, daarboven Hassan – hij knikt in de richting van zijn broer – en mijn vrouw en ik leefden met onze dochters op de bovenste etage. Dit is de school waar onze meisjes naar toe zouden gaan. En dit is het laatste familiefeest. Een groot feest. Met goede muziek en heerlijk eten. Ik ben chef, dus ik kan het weten.’

‘We waren te laat om bij Idomeni de grens naar Macedonië over te steken. Daarom zitten we hier. Drie weken geleden werden we uit de bus gezet. We zitten hier met 1200 mensen en hebben geen idee wat we in deze uithoek van het land moeten. We houden de moed erin, want heel lang zullen ze ons hier niet laten zitten, toch Rob?’

De Familie S. woonde uiteindelijk meer dan jaar in hun tent in Katsikas Refugee Camp. Opa en oma mochten doorreizen naar Duitsland. Van daaruit belt Magmoud ook mij zo af en toe. De verwachting was dat ook hun zoons en schoondochters zouden volgen; ze hadden alvast flink op hun Duits gestudeerd in de hoop sneller werk te vinden. Zij kregen echter het bericht dat hun toekomst in het Franse Le Havre lag. Deze zomer bezochten we hen toen we op weg waren naar Bretagne. Ze maken het goed en wensten ons een fijne vakantie.

Lees hier hoe voormalig tv-redacteur Rob in dit werk verzeild is geraakt. Wil je Rob volgen? Dat kan via zijn Facebookpagina.

Foto boven: Rob Timmerman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *