brief aan jozef

Een brief aan Jozef, de bekendste stiefvader ter wereld

Jezus is geboren is een driedimensionaal samengesteld gezin. Daarom schrijft Rolinka -zelf stiefmoeder- een brief aan Jozef, de bekendste stiefvader uit de Bijbel. 

Beste Jozef,

Ik schrijf je als eerste stiefvader ter wereld. Nou, misschien zijn er meer geweest, maar dat is niet over geschreven. Ze zijn ook niet zo bekend geworden. Dat komt waarschijnlijk ook omdat hun stiefkind niet zo beroemd was. Maar dat was het jouwe wel, Jozef. En daarmee werd jij de eerste bekende stiefvader ter wereld.

Stiefvader, stiefkind… Het klinkt helemaal niet zo prettig. Het zijn moderne woorden. Woorden die de verhoudingen voor ons in deze tijd helder maken. Dat zijn mijn kinderen niet. Dat is mijn vader niet. Op een of andere manier hebben we dat nodig om degene die wel echt en biologisch met elkaar verbonden zijn, recht te doen. Het maakt dat de titel stiefouder of -kind minderwaardig wordt, minder ertoe doet.

Nauwelijks aan bod

Het is eigenlijk niet eerlijk. En ik wil je daarom ook vragen om mij te helpen deze discrepantie wat recht te zetten. Zeker in deze tijd van het jaar, waar familieverhoudingen op scherp staan en alle biologische en gekozen verhoudingen tegen elkaar worden afgewogen.

Deze tijd van het jaar, waarin we vieren dat Jezus is geboren in een driedimensionaal samengesteld gezin, zeg ik weleens. We hebben veel aandacht voor de baby, de moeder en ook de visite komt ruim aan bod. Maar jij Jozef … In mijn ogen ben jij toch degene die dit hele verhaal kon maken of breken en uitgerekend jij komt nauwelijks aan bod.

Als je Maria had weggestuurd, was Jezus niet geboren uit het geslacht van David. Volgens de profeten was dat juist wel de bedoeling. Er is ook alles aan gedaan om dat geslacht niet uit te laten sterven, trouwens. Daar waren vrouwen van allochtone afkomst bij nodig, verre familieleden… Dat ging soms ook heel wonderlijk en onverwacht en vaak was er wel wat goddelijk ingrijpen bij nodig. Tenminste, als je het zo wilt zien dan. Je kunt het ook toeval noemen. Maar daar geloof ik niet in. Ik geloof dat er wel degelijk een diepe verbondenheid bestaat tussen God en mensen én dat God er alles aan gelegen is om mensen tot hun recht te laten komen. Mensen zelf hebben dat niet altijd goed door. Die voelen die verbondenheid niet zo of hebben daar geen woorden voor. Maar dat wil niet zeggen dat-ie er niet is.

Promiscue vrouw

Jij kreeg een droom. Wat je daarin van godswege gehoord hebt, deed je terugkomen op je eerste besluit om stiekem weg te gaan. Het was dus niet jouw keuze in eerste instantie om te blijven. Eigenlijk wilde je bij Maria weggegaan. Als ik je verhaal goed lees, lees ik er eigenlijk in dat je Maria wilde verlaten juist uit liefde en respect voor haar. Dat vind ik heel mooi.

Wat heeft je overtuigd? Hoe kon je het opbrengen te doen wat je deed?

In jouw tijd waren kinderen heel belangrijk, vooral zonen. Want een jongen kan aantonen echt een zoon van zijn vader te zijn. Maar jij wist meteen dat dit nooit het geval zou zijn. Door je openlijk aan Maria te verbinden zou je heel wat narigheid over je heen krijgen. Want welke man ging er nou toch verder met zo’n promiscue vrouw?

In je droom had je ook gehoord dat dit kind Jezus moest gaan heten. Redder. Vond je dat niet wat grotesk? Of voelde je aan dat dit inderdaad weleens heel bijzonder kon worden, en dus ook bijzonder moeilijk? Maar je vertrouwde op God? Hoe ging dat?

Grootse dingen op de achtergrond

Ik vraag je dit Jozef, omdat ik hier en nu, vandaag de dag, merk dat ik compassie heb voor mensen die op de achtergrond blijven en toch grootste dingen doen. Mensen die in alle bescheidenheid zichzelf en hun eigen verlangens op de tweede plaats zetten. Daarin worden ze vaak niet gezien en gewaardeerd. Dat steekt me. Dan wijs ik graag naar jou en vertel hen dat hun waarde ligt in trouw en rechtvaardigheid. Trouw aan jezelf en de God die je op weg zet. Vertrouwen dat je in al die zaken er niet alleen voor staat, maar dat het gezien is door hemelse ogen.

Ik vraag je dit ook, omdat ik weet hoe het voelt als je zorgen mag of moet voor andermans kinderen. Wat dat van binnen met je doet. Dat je nooit de herkenning hebt van iets van jezelf in het wezen van het kind. En niet zo snel de erkenning krijgt voor dienstbaarheid die daarbij hoort. En nu ik dit schrijf, denk ik dat het misschien bij jou ook nog anders lag. Want in het wezen van dit kind, ligt God besloten. En alleen dat al zorgt voor de verbondenheid met de bron waaruit wij allemaal komen. Maar dat zul je toch niet elke dag zo ervaren hebben, lijkt me. Niemand is zo wijs.

Ik vraag het je ook, omdat ik denk dat je vaak genoeg ook getwijfeld zult hebben. Doe ik het wel goed? Is dit wel mijn plek? Mijn taak? Je trouw aan Maria en je belofte aan de Eeuwige maken je niet immuun voor foutjes en stommiteiten. Je bent toch ook een mens, een man zelfs …

Je durfde je te laten sturen

Je hebt het goed gedaan, Jozef. Je hebt met hart en ziel zorg gedragen voor Maria en voor Jezus. Je hebt hen beschermd. Je hebt hen gerespecteerd. En je hebt ruimte gemaakt voor het wonder van God. Dan bedoel ik niet direct het kind, maar het wonder dat God is. Dat heb je niet geprobeerd te controleren of te sturen. Je hebt het aangedurfd om je daardoor te láten sturen. Je hebt het aangedurfd om onbekende wegen te gaan. Je hebt laten zien hoe groots het kan zijn om niet jezelf, maar de ander ruim baan te geven. De ander die Jezus zou worden, de Ander die God in Jezus is. En daarmee heb je een geheel nieuwe betekenis gegeven aan het vaderschap, of stiefvaderschap.

Ik weet niet of dat weggelegd is voor iedereen. Onze eigen dromen en verlangens en ons eigen verdriet en teleurstelling zitten dat nog weleens in de weg. Dan moeten we misschien maar denken aan jou en hoe jij het toch bent aangegaan. Dat je ondanks alles wist en geloofde dat God bij jou was.

Immanuel, God met ons. Hoe je misschien soms ook worstelde, of binnensmonds gevloekt hebt, toch durfde je te geloven dat je onderdeel bent van iets veel groters. Dat je je daarin gezien en begrepen voelde, inbegrepen zelfs. Het mooie zocht je niet bij de mensen, dat vond je in God.

Cruciaal onderdeel van een groter geheel

Jozef, je hebt me laten zien dat dromen wel werkelijkheid kunnen worden, maar niet altijd zoals ik me dat heb voorgesteld. Ik dank je daarvoor. Nogmaals: ik ben blij dat ik je heb leren kennen.

Ik hoop je nog vaak, heel vaak tegen te komen in mensen om me heen. Die kunnen me dan er aan herinneren dat het van onschatbare waarde is, wie we zijn als mens. En dat we op onze eigen manier, hoe klein of groots ook, een cruciaal onderdeel zijn van een groter geheel. Een geheel dat gekend en geweten is in en bij God, hoe we dat ook bedenken. En dat God-met-ons is, altijd. In het kleine en eenvoudige misschien wel het meest.

Hartelijke groeten

Rolinka

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *