Lazarus staat op - Rikko Voorberg

Lofzang op lijfelijkheid

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

(audio komt morgen weer.)

Lofzang op de lijfelijkheid

Voor een interview moest ik nog eens commentaar leveren op die Nashville Verklaring. In een paar zinnen, zei ze waarschuwend. Ze had me al meer vragen gesteld, en je hoeft er maar een kwartje in te gooien en er rolt allerlei rijp en groens uit wat zo’n arme interviewer dan weer moet verwerken en terugbrengen naar de essentie.

Ik wilde helemaal niets meer zeggen over die verklaring, het ding had zijn werk gedaan. Zowel verwoestend als helend en activerend. Het had theologen de gordijnen ingejaagd, die vanaf de gordijnroedes de wereld in tetterden dat het allemaal theologische troep was, die verklaring. Of in elk geval een kennis van bijbeluitleg aan het daglicht bracht die minder was dan lagereschoolniveau. Het had kerken de kans gegeven zich te profileren.

Nog niet zo lang geleden hadden diezelfde kerken homo’s geweerd of zich totaal geïsoleerd gevoeld in hun strijd ter emanicipatie van de LHBTQI-mensen. Nu wapperde elke zichzelf respecterende kerk met zo’n regenboogvlag. Als iemand zegt: ‘Dat is je stadse bubbel, dan pleit ik ‘schuldig’. Ik weet niet hoe het zit in Emmeloord en Renswoude.

Ik las ‘m nog eens rustig door, die verklaring. En het bleek ook een strijd om het lijf. Wie heeft het voor het zeggen over het lijf. De orthodoxe-conservatieve, plat-bijbel-uitleggende kerk, die zichzelf begrijpt als spreekbuis van God, die zegt dat iedereen of man of vrouw is en dat dit een onveranderlijk gegeven is dat ontstaat bij de conceptie en dat handicaps en zelfverstaan daar niets aan af doet. Dat iedereen zijn heil moet vinden bij Christus natuurlijk, maar in de rol waarin zijn biologische kenmerken hem of haar hebben geplaatst. Ze verweren zich daarmee tegen een cultuur waarvan zij denken dat mensen daarin vrijelijk kiezen waar ze zin in hebben en het lijf daar platweg op aan passen.

Het lijkt heel helder en menselijk. Maar het mist de menselijkheid, de lijfelijkheid. Het zegt dingen over het lijf, maar vanuit het hoofd. Het constateert een aantal biologische kenmerken en heeft daar een mentaal concept bij waaraan de ziel en geest van de mens dan maar moet voldoen. Maar dat is geen menswording. Dat is veel diffuser. De mens is mannelijk en vrouwelijk, zo is hij geschapen. De biologische kenmerken zijn niet inwisselbaar en herbergen unieke eigenschappen die startpunt en ontwikkelpunt vormen voor degene die deze eigenschappen heeft. Maar je bent mens. En elk mens is diffuus. Elk mens moet komen tot zelfverstaan en zelfbegrip.

Verzoening met je lijf is niet iets wat je opgelegd kan worden, ook niet met theologische normen. Verzoening kan uberhaupt niet opgelegd worden. Verzoening met je lijf, ontdekken van het lijf, betekent dat je omarmt wie je bent – en leert omarmen wie je bent – en nee, dat is niet een rationeel in de spiegel geslachtskenmerken tellen, dat is veel dieper dan dat, veel diffuser.

Ik denk eraan omdat dit de eerste zinnen zijn van vanochtend:

Broeders en zusters, omdat de kinderen van mensen zijn van vlees en bloed zijn, is God mens geworden in Jezus Christus
om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel,
en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.

En ik vind ze prachtig. Lofzang op lijfelijkheid. Ik twijfelde even of ik nog wel een popupgedachte zou brengen hier bij Lazarus Staat Op, want ik was niet opgestaan vanochtend. Verslapen. Kan gebeuren. Morgen weer een dag. Toch even kijken wat er vandaag voor tekst op tafel ligt en dan kom je deze zinnen tegen. Ja, dan kan ik niet anders dan gaan schrijven.

Wij zijn vlees en bloed. Vlees, als in levende materie, bloed dat door aderen ruist en kan liefhebben en haten, dat kan verkillen en verhitten. Zo noemen we dat dan. En het goddelijke is afgedaald in de lijfelijkheid van deze wereld. De Eeuwige, die niet allerlei seksualiteit of sekse al dan niet omarmt. Het is een jongetje, maar dat is het dan. Geen nageslacht, geen seks, geen partner, maar mens tot in de puntjes, met alle drama die daarbij hoort. En de dood. Afrekenen met de angst om te sterven. Zodat de slavernij weg is, de eis om iets te worden, om iets van het leven te maken, om het allemaal heel goed te doen, want voor je het weet ben je dood.

Alle angst weg, dat is denk ik het idee. Angst die huist in het lijf. Daar zouden ze in Nashville nog eens naar moeten kijken. Oh wacht, dat doen ze ook, maar dan met de muziek. Nashville, waar zoveel krachtige country is gemaakt, the music city waar country legends datgene hebben geadresseerd wat veel dichter bij het evangelie ligt dan de geslachtskenmerken van deze en gene: leven, dood, liefde, haat, vriendschap, vergeving, jaloezie. Daarover gaat het evangelie. Dat is de lijfelijkheid waarin Jezus van Nazareth is afgedaald. Ter bevrijding.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart.

Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95

Eén reactie op “Lofzang op lijfelijkheid”

  1. Aardige column, deze lofzang op de lijfelijkheid. Mensen zouden weleens vaker die lofzang mogen zingen, want lijfelijkheid behoort tot Gods goede schepping. Helaas is die lijfelijkheid tot een geschonden schepping verworden. Maar daarom mogen we die lijfelijkheid nog niet wegwensen: in tegendeel zou ik zeggen …

    Toch schrijft Rikko Voorberg een halve waarheid. Leven op aarde is leven in tijdelijkheid, is leven zoals Abraham leefde, is een leven in tenten. Het lichaam is een tent, niet meer maar ook niet minder. En we houden van onze tent, want die tent verschaft ons een dak boven ons hoofd. Tenten zijn geen plaatsen van permanente bewoning.
    En daaraan herinnert ons de Paulus wanneer Hij schrijft (1 Korintiërs 15):
    ‘Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. leder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
    Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God: het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.’

    Je mag je tent niet verachten, maar je moet jouw tent ook niet verheerlijken. En je moet het oog houden op het doel van Gods geschiedenis met mensen. Zijn doel is geen vlees & bloed, zijn doel is geest! Als we doodgaan, blijft onze tent achter op aarde. En die tent komt nooit meer terug. We zijn op weg om hemelse mensen te worden. Hemelse mensen wonen niet in tenten maar in huizen. En volgens Paulus kan dat niet eens: ‘het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.’ Dat perspectief is Rikko in z’n column even vergeten. En dus: sursum corda!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *