‘Parels voor de zwijnen’, deze uitleg ken je vast nog niet…

Rob Bell gaat in deze aflevering in op een vraag van een lezer over een bijbeltekst waarin honden en zwijnen in een adem worden genoemd als metafoor. Wie zou Jezus daarmee bedoelen?

Don’t call it it a comeback,
I’ve been here for years.

LL Cool J.

Ik kreeg een vraag van een lezer over de parels voor de zwijnen:

Hé Rob! Kom maar op met je blogs! Ik lees ze graag. Ik kwam een tekst tegen in de Bijbel waarmee ik altijd moeite heb: Matteüs 7:6. Geef wat heilig is niet aan de honden, en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren. Misschien is de vraag wat te specifiek voor deze serie, maar als je tijd hebt… Ik zou graag weten hoe jij denkt over dit vers. Dank!

Goed dan, hier komt een stukje over Matteüs 7 en het gedeelte over de parels voor de zwijnen.

Allereerst, deze woorden van Jezus zijn onderdeel van een groter gedeelte aan het begin van het bijbelboek Matteüs, dat de Bergrede wordt genoemd. Het is belangrijk om te begrijpen dat het hier niet gaat om een willekeurige verzameling van interessante stukjes en spreuken – ze zijn gerangschikt in een bepaalde volgorde, omdat er een geniale innerlijke logica zit in wat Jezus hier doet, een opbouw die duidelijk wordt wanneer je het leest als één geheel.

Leven vanuit zuiverheid

Even een korte samenvatting van het gedeelte voordat we aankomen bij dat deel over de honden en de varkens.

Om tot bloei te komen in je leven, moet je goed kunnen onderscheiden welke dingen je kunt beheersen en waarover je geen controle hebt.

Met betrekking tot de dingen die we kunnen beheersen, leert Jezus ons in dit gedeelte om geweldloosheid toe te passen, om de juiste dingen te doen om de juiste redenen, om overvloedig en trouw te leven vanuit zuiverheid en vreugde.

Vervolgens spreekt Jezus over zorgen, en leert ons hoe we onszelf kunnen toevertrouwen aan de God van liefde die weet wat wij nodig hebben, nog voor we erom vragen. Dit is een rustige, beheerste, stabiele, niet-reactieve leven, waarin we erop vertrouwen dat, hoe chaotisch of onzeker de dingen ook zijn, het goed komt met ons. Jezus leert ons om een rustige geest te krijgen, om de stemmen die soms eindeloos kunnen rondzeuren in je hoofd, vol spanning en stress, het zwijgen op te leggen.

Onvermogen om volledig aanwezig te zijn

Waarom is dit zo belangrijk voor onze bloei? Omdat zoveel mensen een buitengewone hoeveel tijd en energie besteden, of beter gezegd: verspillen aan dingen waarover ze geen controle hebben.

Je zorgen maken is dodelijk voor bloei, omdat het leidt tot een onvermogen om volledig aanwezig te zijn. Je zorgen maken over iets betekent dat je daar bent en niet hier – je bent druk met piekeren over de toekomst, en kunt niet genieten van het heden. Jezus leert ons om helemaal aanwezig te zijn in het moment, om niets te missen van het hier en nu.

Deze woorden van Jezus bevatten concrete, praktische en geniale wijsheid voor hoe je met de meeste vreugde kunt leven in deze wereld. En Jezus blijft volhouden dat God vertrouwd kan worden – en dat is cruciaal voor dit soort leven. Hoofdstuk 6 eindigt met Jezus’ woorden: Maak je dus geen zorgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Bezorgd zijn en oordelen

En dan begint hoofdstuk 7 met ‘Oordeel niet’.

Hoe zijn we nu precies van je zorgen maken terechtgekomen bij oordelen?

Zeker omdat bezorgd zijn gaat over mij,
en oordelen over anderen?

Dat klopt, en dat is precies zijn punt.

Let op de opbouw: van oordeelt niet gaat hij verder over een balk in je eigen oog hebben en kijken naar de splinter in het oog van een ander en dan komen we aan bij:

Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.

Wat? Hoe zijn we van je zorgen maken via oordelen, splinters en balken beland bij honden en varkens?

Goede vraag.
Hier is een antwoord.

Controle willen door een gebrek eraan

Om tot bloei te komen moeten we ons eerst toevertrouwen aan Gods liefdevolle zorg. Dat houdt in dat we onze zorg en angst en drama en stress overgeven.

Zo begint het.

Je vertrouwt jezelf toe aan God.

Vervolgens vertrouw je anderen toe aan God.

We vertrouwen anderen toe aan God, want als we dat niet doen, zullen we onvermijdelijk een oplossing proberen te zoeken voor onze angst en zorg en bezorgdheid door over anderen te willen beheersen en hen te manipuleren.

En hoe doen we dat?

Soms proberen we controle uit te oefenen over anderen door negatieve dingen, zoals hen beoordelen en veroordelen en alles afkeuren wat ze ook maar doen. We bekritiseren hen, we maken hen kapot, we proberen hen onder druk te zetten om dingen op onze manier te doen.

Heb je weleens een ouder gezien die vanuit zijn bezorgdheid over zijn kinderen eindeloos zat te vitten op hen, over zo’n beetje alles?

Als je innerlijke leven een rotzooi is, wanneer je gekweld wordt door zorgen en schuld en angst, ben je wanhopig op zoek naar afleiding, iets wat je gedachten afleidt van de pijn en de chaos binnen in je. Wat zich vaak uit in veroordelen en anderen het gevoel geven te falen en hen aanvallen.

Mensen die de behoefte hebben om controle uit te oefenen over anderen doen dat vaak vanuit een gebrek aan controle dat ze in zichzelf ervaren.

(Daarom is een van de eerste dingen die je leert in de psycho-pastorale hulpverlening dat je mensen, plaatsen of dingen niet kun beheersen.)

Anderen beheersen door goede dingen

In andere gevallen, en dit is de onverwachte wending, proberen mensen anderen niet door negatieve dingen te beheersen, maar door goede dingen. Bijvoorbeeld door het geven van cadeaus en overmatige complimenten – allemaal in een poging tot overheersing.

Heb je weleens iets gekregen waarbij je, in plaats van dat je je dankbaar voelde, het onheilspellende gevoel kreeg dat het geschenk geen oprechte en zuivere afkomst had, maar dat de gever iets van jou wilde? Het was een geschenk, maar er zat van alles aan vast…

Of als we even doordenken: heb je weleens gehad dat iemand iets goeds voor je probeerde te doen, maar dat dit toch een ontzettend gevoel van boosheid en wrok teweegbracht in je? Verwarrend, nietwaar? Want het ging om iets goeds en toch veroorzaakte dat zo’n heftige reactie in je…

Ouders, schoonouders, echtgenoten, vrienden, gezagsdragers – dit soort dingen gebeuren altijd… mensen geven iets goeds, maar er zit iets anders achter, iets wat niet goed is en je voelt een grote behoefte om dat geschenk (en hen) kapot te maken.

Medogenloos jezelf onderzoeken

Dit is precies waarom Jezus spreekt over iets aan honden geven wat heilig is en aan varkens iets waardevols zoals parels. Hij waarschuwt ons om voorzichtig te zijn in hoe we ons verhouden tot anderen, want als we anderen niet volledig hebben toevertrouwd aan Gods liefdevolle zorg, geven we hen misschien wel goede dingen, maar om slechte redenen. Dan zouden we hen dingen kunnen opdringen die ze niet willen, of waarvoor ze nog niet klaar zijn en dan kunnen ze zich onder druk gezet voelen of gemanipuleerd. En als mensen dat voelen, zullen ze meestal heftig reageren op je.

(Ik vraag me af of kinderen die naar een christelijke school werden gestuurd met verplichte religieuze bijeenkomsten juist daarom vaak zo’n haat-liefdeverhouding hebben met geloof. Hetzelfde geldt voor kinderen die steeds werden verplicht om naar de kerk te gaan. Dat kan wel iets goeds zijn geweest, maar het werd ze opgedrongen met zo’n regelmaat en druk, dat zo elk verlangen uit die ervaring verdween… Dallas Willard schrijft daar verhelderend over in zijn boek Gods geheime plan.)

Jezus leert ons om ons hart en onze motieven en onze redenen om iets te doen meedogenloos te onderzoeken. Als we onszelf en de mensen om ons heen niet hebben overgeven aan Gods liefde, dan is het onvermijdelijk dat we zullen proberen te heersen over gebeurtenissen en mensen waarover we ten diepste geen controle hebben.

(Dit geldt vooral voor systemen als gezin of familie, waarin de dingen op een bepaalde specifieke manier worden gedaan. Wie in zo’n systeem uit de pas loopt, ontmoet vaak enorme afkeuring en veroordeling. En als ze doorgaan op hun pad, wat gebeurt er dan? Meestal komt ‘het systeem’ erachter dat veroordeling en schaamte niet werken, dus gaat het over op het geven van complimenten en geschenken, om zo te proberen om diegene weer in het gareel te krijgen… Dat alles is onvermogen om anderen aan God over te geven, om hen te laten groeien tot mensen zoals God hen heeft gemaakt…)

Mensen zonder verborgen agenda

Denk eens aan de mensen die de grootste invloed op je hebben gehad, mensen bij wie je je op je gemak voelt, mensen die een vrede hebben waarnaar jij ook verlangt. Ik stel me zo voor dat ze een bepaalde houding hebben zonder angst, een kalmte en rust die voortkomt uit leven in vrede. En dat brengt een bepaalde houding naar anderen met zich mee: ze houden van je en geven aan je, maar zonder dat het dwingend of plakkerig is. Ze hebben geen verborgen agenda. Ze proberen je niet te overheersen of je een rotgevoel te geven of je iets te laten doen, omdat ze hun plannen loslaten voor jou, en daarom zijn zij het enige soort mensen dat jou kan helpen.

Het zit ‘m hierin: wanneer jij anderen aan God overgeeft, kun je pas echt helpen, omdat je niets meer nodig hebt van anderen. Je bent niet bezig om onopgeloste zaken of spanningen of behoefte om te heersen op te lossen via hen, je kunt nu echt vrij geven, zonder verborgen motieven.

En dat, beste mensen, is het stuk over de parels en de zwijnen.

Dit blog werd eerder geplaatst op 31 augustus 2016

9 reacties op “‘Parels voor de zwijnen’, deze uitleg ken je vast nog niet…”

  1. Bell stelt dat we anderen misschien wel goede dingen geven, maar om slechte redenen. Hoewel ik Bells visie en uitleg altijd met interesse lees, denk ik toch dat hij hier enigszins de plank misslaat. Hij gaat namelijk niet in op de vergelijking met honden en zwijnen. ‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.’ (Matteüs 7:6, NBV)

    De uitleg is – denk ik – dit: Besteed je energie niet aan vruchteloze (geloof uitleggende) gesprekken met mensen die absoluut niets met God te maken willen hebben. Ze staan hier toch niet voor open, en je ondervindt enkel en alleen maar weerstand en smaad. De redenen zijn wellicht goed, maar er is geen bodem – geen draagvlak: je praat tegen een muur en je (geloof) wordt ook nog eens belachelijk gemaakt. Maar ik kan het met mijn interpretatie fout hebben. Ik ben dan ook geen theoloog…

    1. Ik denk dat we juist in gesprek moeten blijven met andersdenkenden en zogenaamde ongelovigen die niets met God te maken willen hebben. Vooral luisteren met echte belangstelling wat hun alternatieven zijn. Respectvol blijven.

      1. Wat ik bedoel is dat het vers mijns inziens zegt dat het beter is geen energie (meer) te steken in gesprekken over het evangelie als blijkt dat de gesprekspartners zich ‘als honden’ grommend verzetten tegen de goede boodschap en het dáárbij belachelijk maken (dit niet los zien), en het ‘als zwijnen’ vertrappen door hun immorele leven gewoon door te zetten (corruptie, ontucht, enzovoort). Het betreft het aanlopen tegen de (gespreks)muur van verzet door ongelovig sarcasme en het niet willen luisteren naar wat Jezus bedoelt maar doorgaan op de eigen zondige weg. Dat bedoel ik met mensen die niets met God te maken willen hebben. Het vers heeft op zich – denk ik – weinig betrekking op andersdenkenden en zogenaamde ongelovigen in het algemeen.

    2. Lees het nogmaals:
      De parels zijn misschien belangrijk voor u, maar een varken is er niet bij gebaat. Die heeft bijvoorbeeld meer behoefte aan een appel.
      Dring uw zaken niet op alleen omdat ze voor u belangrijk zijn. Omdat het u een goed gevoel geeft als een varken uw parels aanneemt.
      En dat betekent niet dat het varken corrupt of immoreel is, en dus zondig. Want dat is wat u inweze zegt: “U wilt mijn parels niet? Dan bent u niet goed bezig.” En zo legt u een enorme druk op iemand met uw gift.
      Trouwens, ontucht en andere immorele zaken komen niet alleen voor onder niet- of andersgelovigen! Er bevinden zich de grootste hypocrieten onder gelovigen die ik ken. Dat is mijn parel aan u, u mag die best vertrappen, hoor.

      1. Ik heb uw parel niet vertrapt, maar heb bepaalde commentaren er nog een keer op nagelezen en ben tot de conclusie gekomen dat ik de uitleg verkeerd heb geïnterpreteerd. Ik had het fout. Het vers gaat (inderdaad) in op je eigen gedrag, zoals Bell al aangeeft.

  2. Bell stelt dat we anderen misschien wel goede dingen geven, maar om slechte redenen. Hoewel ik Bells visie en uitleg altijd met interesse lees, denk ik toch dat hij hier enigszins de plank misslaat. Hij gaat namelijk niet in op de vergelijking met honden en zwijnen. ‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.’ (Matteüs 7:6, NBV)

    De uitleg is – denk ik – dit: Besteed je energie niet aan vruchteloze (geloof uitleggende) gesprekken met mensen die absoluut niets met God te maken willen hebben. Ze staan hier toch niet voor open, en je ondervindt enkel en alleen maar weerstand en smaad. De redenen zijn wellicht goed, maar er is geen bodem – geen draagvlak: je praat tegen een muur en je (geloof) wordt ook nog eens belachelijk gemaakt. Maar ik kan het met mijn interpretatie fout hebben. Ik ben dan ook geen theoloog…

  3. Bell stelt dat we anderen misschien wel goede dingen geven, maar om slechte redenen. Hoewel ik Bells visie en uitleg altijd met interesse lees, denk ik toch dat hij hier enigszins de plank misslaat. Hij gaat namelijk niet in op de vergelijking met honden en zwijnen. ‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.’ (Matteüs 7:6, NBV)

    De uitleg is – denk ik – dit: Besteed je energie niet aan vruchteloze (geloof uitleggende) gesprekken met mensen die absoluut niets met God te maken willen hebben. Ze staan hier toch niet voor open, en je ondervindt enkel en alleen maar weerstand en smaad. De redenen zijn wellicht goed, maar er is geen bodem – geen draagvlak: je praat tegen een muur en je (geloof) wordt ook nog eens belachelijk gemaakt. Maar ik kan het met mijn interpretatie fout hebben. Ik ben dan ook geen theoloog…

  4. Bell stelt dat we anderen misschien wel goede dingen geven, maar om slechte redenen. Hoewel ik Bells visie en uitleg altijd met interesse lees, denk ik toch dat hij hier enigszins de plank misslaat. Hij gaat namelijk niet in op de vergelijking met honden en zwijnen. ‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.’ (Matteüs 7:6, NBV)

    De uitleg is – denk ik – dit: Besteed je energie niet aan vruchteloze (geloof uitleggende) gesprekken met mensen die absoluut niets met God te maken willen hebben. Ze staan hier toch niet voor open, en je ondervindt enkel en alleen maar weerstand en smaad. De redenen zijn wellicht goed, maar er is geen bodem – geen draagvlak: je praat tegen een muur en je (geloof) wordt ook nog eens belachelijk gemaakt. Maar ik kan het met mijn interpretatie fout hebben. Ik ben dan ook geen theoloog…

  5. Meedogenloos zelfonderzoek.

    In het Lazarus magazine van vandaag, 31 augustus, schreef Rob Bell : “meedogenloos
    zelfonderzoek”. Dit is naar mijn mening juist wat de ’kerken’, lees:
    ‘godsdiensten’, zouden moeten doen als ze naar wereldwijde eenheid willen
    streven. Onderzoeken wat onze gemeenschappelijke intrinsieke onveranderlijke waarden
    zijn (Gods Woord, bedoeling) en de verschillen in normen (door de mens
    opgestelde gebruiken, tradities en rituelen) zeer kritisch beschouwen en op
    elkaar afstemmen.

    Voorbeeld:
    De door moslims niet ‘begrepen’ Godheid van Jezus Christus. Voor moslims is het
    niet te verteren dat wij spreken over een zoon van God en over ‘de moeder van
    God.’ enzovoort.

    Katholieken kennen het WEES-GEGROETJE. Een gebed dat
    50 maal wordt uitgesproken bij het bidden van de rozenkrans:

    Wees gegroet, Maria,

    vol van genade,

    De Heer is met U.

    Gij zijt de gezegende onder de vrouwen

    en gezegend is Jezus, de vrucht van Uw schoot.

    Heilige Maria, moeder van God,

    bid voor ons, zondaars.

    Nu en en in het uur van onze dood, Amen.

    Stel je voor dat ik een tekst maak, gericht op Jozef in plaats van Maria, als volgt:

    Wees gegroet, Sint Jozef,

    vol van genade,

    De Heer is met U.

    Gij zijt de gezegende onder de mannen

    en gezegend is Jezus, de vrucht van Uw kloot.

    Heilige Jozef, vader van God,

    bid voor ons, zondaars.

    Nu en en in het uur van onze dood, Amen.

    Dit is voor een Christen, en zeker een RK, absurd. We geloven immers dat Jezus geen
    biologische vader had.

    Op die manier is het misschien te begrijpen dat een Moslim ons Geloof op dit punt absurd
    acht.

    En zo zijn er meer wat ik noem schijnwaarheden waar we ons op baseren die door
    andersdenkenden in een heel ander licht staan.

    Zo is het voor Moslims verboden om varkensvlees te eten. Als je ze vraagt waarom dan
    is het antwoord: ‘staat in de Koran’ of ‘dat zegt de Profeet’. Dat is wat ik
    bedoel met het aanpassen van normen die we ons zelf hebben aangeleerd.
    “Meedogenloos zelfonderzoek”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *