Als je zonen wangedrag vertonen…

‘Zij luisterden niet naar hun vader, want de HERE wilde hen doden.’ Het valt rauw op z’n dak, deze uitspraak over Eli’s zonen. Marco piekert erover. Dries mijmert vooral over een ander zinnetje: ‘De jonge Samuël was in dienst van JHWH’. Dit verhaal gaat over een levenskeuze.

De theologen uit ons panel – Marco de Vos en Dries van den Akker SJ – lezen 1 Samuel 2: 12-36: Het wangedrag van de zonen van Eli.

De zonen van Eli waren een stel afpersers. Ze trokken zich niets van de HEER aan.

Marco:

Ik vond het maar een raar verhaal, want ik las het tijdens de kersttijd. Het staat zo ver af van die stal in Bethlehem, van vrede op aarde en mensen waarin God een welbehagen heeft. Ons verhaal begint met mensen in wie God bepaald geen welbehagen heeft.

Zonen van een priester die zich volstrekt onwaardig gedragen. Ze trekken zich niets aan van de regels van het offer, zolang zij maar het beste stuk vlees krijgen. Ze trekken zich niets aan van de regels rond seksualiteit, zolang zij maar aan hun trekken komen. Ze tonen een totaal gebrek aan eerbied, niet alleen voor de bezoekers van de tempel, maar vooral ook voor God zelf.

Hij gaat er zwakjes tegenin

Hun vader, de priester Eli, gaat er wat zwakjes tegenin. Een hoofdstuk eerder sprak hij een verdrietige vrouw nog ferm heeft toe: hoe lang blijf je hier nog dronken in de tempel rondhangen, ga ergens anders je roes uitslapen. Volkomen ten onrechte trouwens, want Hanna was aan het bidden (Hebreeuws: palal). Nu horen we hem zwakjes pruttelen: dat gaat zo niet jongens, wat hoor ik nou toch allemaal. Natuurlijk trekken zijn zoons zich daar niets van aan…

Maar ho, ons verhaal geeft een andere reden waarom ze niet luisteren. We lezen (in de NBG51 vertaling): ‘Zij luisterden niet naar hun vader, want de HERE wilde hen doden’. Dat woordje want valt steeds rauw op m’n dak. God heeft besloten dat het afgelopen moet zijn, en daarom zitten hun oren dicht.

Een boeiende opmerking van Eli

Het is een kant van de Bijbel die ik lastig vind. Zelfs als ik Ezechiël 18 er naast lees. Daar zegt God: ‘Dacht je nou echt dat ik het fijn vind als iemand die op het slechte pad is doodgaat? Ik heb veel liever dat hij zich omkeert en in leven blijft.’ Maar dat omkeren blijft onze eigen verantwoordelijkheid. Als we die niet nemen, is God er op een bepaald moment kennelijk klaar mee. Of toch niet helemaal?

Eli maakt een heel boeiende opmerking in zijn betoogje. Als mensen tegen elkaar zondigen, zegt hij, dan kan God bemiddelen (Hebreeuws: palal). Maar, vraagt hij, wie bemiddelt als we tegen God zondigen? Het lijkt voor hem een retorische vraag. Het antwoord staat ook niet in dit verhaal. Maar God geeft wel degelijk een antwoord. We vinden het in die stal in Bethlehem. Waar dit verhaal dan toch niet zo heel ver vanaf blijkt te staan…

Twee werelden tegen over elkaar

Dries:

De jonge Samuël was in dienst van JHWH…’ Deze zin (vers 11 en hoofd 3 vers 1) vormt het raamwerk rond het verhaal over de wandaden van Eli’s priesterzonen. Halverwege dat schandelijke verhaal horen we nogmaals, bijna als een geruststelling: ‘Maar Samuël was in dienst van JHWH’ (vers 18). Van jongs af aan droeg Samuël al een profetenmanteltje: ‘De jongen groeide groot bij JHWH’. Dan krijgen we te horen hoe Eli zijn zonen probeerde terecht te wijzen. Tevergeefs. ‘Maar Samuël werd voortdurend groter en welgevalliger bij JHWH en bij de mensen.’ Er komt een man Gods naar Eli om hem onheil aan te zeggen vanwege de wandaden van zijn zonen waar hij geen eind aan heeft gemaakt. ‘Maar Samuël deed dienst voor het aangezicht van JHWH’.

Hier worden twee werelden tegen over elkaar geplaatst. Degene die de weg van God gaat en in dienst is van God: Samuël. Veelbetekenend afgeschilderd als ‘klein’. En degenen die zich groot maken ten koste van God en de mensen; die God schofferen door hun ten hemel schreiend egoïsme.

Gij zult niet lang leven in het Land

Hoe lang was het geleden dat Mozes aan het volk voorhield: ‘Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als gij luistert naar de geboden van JHWH, dan zult gij leven en talrijk worden. Maar als uw hart afdwaalt, dan kondig ik u heden aan, dat gij niet lang zult leven in het Land’ (Deuteronomium 30,15-18). Ons verhaal is een illustratie van die woorden.

We kunnen ook denken aan Psalm 1: ‘Gelukkig de mens die niet ingaat op de raad van bozen, maar vreugde beleeft aan de wet van JHWH. Met zorg volgt de JHWH de weg van de rechtvaardigen, de weg van de bozen loopt dood.

Zonen van Eli genoeg

Twee werelden. Ik kijk naar de wereld van vandaag. Zonen van Eli genoeg. Soms hoor ik daar zelf ook bij. En ook Eli’s genoeg. Die wel verdriet hebben om wat er allemaal fout gaat in hun omgeving, maar geen krachtig getuigenis neerzetten van het tegendeel. Dat is dan ook heel moeilijk. Daar is moed voor nodig. En geloof. Want de ‘Elizonen’ hebben het vaak voor het zeggen. En het gaat hen voor de wind. Je kunt dan ook maar het beste hun kant kiezen, wil je wat voorstellen in deze wereld.

Wie durft dan een kleine Samuel te zijn? En in zijn of haar eentje de andere weg te kiezen voor het aangezicht van de Heer?


Marco de Vos is docent Oude Testament aan het Baptisten Seminarium en astronoom.

Dries van den Akker sj is jezuïet en oud-docent godsdienst, catechese en levensbeschouwing.

Lees hier de vorige aflevering

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *