Jordan Peterson vs Zizek

Ik ben minder enthousiast over Jordan Peterson. En wel hierom

Gerko las het stuk over de populaire psycholoog Jordan Peterson en moest aan zijn oude godsdienstleraar denken. Die altijd een antwoord had op lastige vragen. Maar bij wie hij toch het gevoel had dat er iets niet klopte. Petersons tegenstander Slavoj Žižek legt volgens Gerko precies de vinger op de zere plek… 

Ja, ik ben dus enthousiast over Jordan Peterson, en wel hierom’, was de kop van een stuk dat hier onlangs verscheen over de Canadese psycholoog. De schrijver vroeg zich af waarom Peterson zulke extreme reacties oproept. Goede vraag, waar ik graag op inga.

Niet omdat ik alles weet van Jordan Peterson, ook niet omdat ik vind dat ik partij moet kiezen, maar wel omdat ik de kritiek op hem goed begrijp. En volgens mij is het de moeite waard om die kritiek serieus te nemen.

Zo iemand als je vader, je opa of een Jehova’s getuige

We kennen ze allemaal: mensen die altijd gelijk hebben. Niet alleen in hun eigen ogen, maar ook als je met ze in gesprek gaat. Ze hebben hun argumenten op een rijtje en kunnen het helder verwoorden. Hun gesprekspartners blijven achter met een machteloos gevoel.

Mijn godsdienstdocent op de middelbare school was zo iemand. Hij had overal een antwoord op. Per leerjaar steeg de opgekropte frustratie bij zijn leerlingen, maar de docent had altijd een woordje klaar. Ik ken veel mensen die zeggen dat hun vader ook zo iemand is. Of hun opa, Jehova’s getuigen aan de deur. Het zijn vaak mannen, heb ik de indruk. Vader-figuren.
Deze mensen geloven of vinden iets wat ze fantastisch kunnen onderbouwen. En toch is er frustratie en machteloosheid bij de toehoorders. Waarom? Omdat je het idee blijft hebben dat er iets niet in de haak is. Maar ja, je kunt je vinger er niet opleggen, laat staan het helder verwoorden.

Ik denk dat Jordan Peterson zo’n vader-figuur is. Het is een vriendelijke vent (de helft van Otto’s pluspunten gaan over hoe sympathiek hij is). Hij kan zijn standpunt glashelder verwoorden. En toch blijf je met iets achter. Maar wat?

Waarom zo heftig?

Waarom gaat het in het publieke debat over Peterson altijd over uitersten? Waarom zijn mensen of idolaat, of zeer zwaar tegen hem? Ik denk dat Peterson er zelf antwoord op geeft, in zijn college over het Oude Testament.

Dit fragment gaat over wat een ideologie is. Peterson vertelt hoe je iets kunt herkennen als een ideologie: aan de manier waarop mensen reageren als je er vragen bij stelt. Mensen worden witheet, stelt hij. Zo kwaad, dat je eigenlijk niet goed snapt wat er aan de hand is. Het is voer voor psychologen, zou je kunnen zeggen.

Nou heeft Peterson het in dit fragment over de ideologieën waar hij zich graag tegen verzet. (En dat verzetten doet hij behoorlijk fanatiek). Hij noemt ze exponenten van een ‘cultureel marxisme’ of van het feminisme. Social Justice Warriors. Ze verbergen zich achter wat in Amerika ‘identiteitspolitiek’ wordt genoemd.

Volgens mij kun je dit fragment ook prima toepassen op de volgelingen van Peterson zelf. Op verschillende plekken (bijvoorbeeld in dit stuk, dat volgens Otto naar azijn smaakt) wordt inderdaad uitvoerig geanalyseerd hoe polariserend een deel van de aanhangers van Peterson zich opstelt.

Natuurlijk is Peterson niet per se schuldig aan wat zijn aanhangers doen, maar het geeft wel iets aan: dat de onderwerpen die Peterson behandelt veel met ideologie te maken hebben. Mensen worden witheet. Ook zijn volgelingen dus.

Jordan Peterson doet hetzelfde als zijn tegenstanders

Volgens mij is het ontmaskeren (of in kaart brengen) van ideologieën een van de belangrijkste filosofische uitdagingen in deze tijd. Peterson doet dat voortreffelijk. Het grappige is dat hij daarin precies doet wat zijn tegenstanders doen (de ‘culturele marxisten’, waarvan de filosoof Slavoj Žižek de bekendste is).

De postmoderne tijd, het tijdsvak waarin we sinds de Tweede Wereldoorlog leven, wordt vaak aangeduid als een tijd waarin we hebben afgerekend met ‘grote verhalen’ (zie mijn eerdere blog hierover). We geloven nergens meer in en waarheid is compleet relatief geworden (iets dat inderdaad veel mensen zo zeggen).

Zowel Peterson als Žižek verzetten zich tegen het idee van zo’n relatieve waarheid. Maar ze doen het op een andere manier. Het helpt om ze te onderscheiden. Peterson noemt dat postmoderne denken een afkeurenswaardige ideologie, die veel te dominant is geworden in bijvoorbeeld onderwijsinstellingen en in de (linkse) media.

Peterson heeft niet per se gelijk

In dit stuk in de Engelse krant The Independent legt Žižek – met veel jargon en verwijzingen – uit welk probleem hij ziet bij Peterson. Zijn punt gaat over Peterson in de rol van mijn godsdienstdocent.

Je hebt mensen die de waarheid spreken en je hebt mensen die de waarheid spreken maar daarmee (bewust of onbewust) een leugen verbergen. Dat iemand een rationele, wetenschappelijke benadering heeft en zich van een glasheldere argumentatie bedient, maakt niet dat hij per se dat hij gelijk heeft. Alleen is het moeilijker om dat te ontmaskeren (enter de godsdienstdocent).

Žižek heeft het niet over de vraag of Peterson feitelijk gelijk heeft. Dat zal-ie best vaak hebben. Maar hij snijdt een dieperliggend punt aan. Komt-ie:

De vraag is wat er gebeurt als je Peterson tegen Peterson gebruikt. Of anders gezegd: is Petersons theorie niet zelf een ideologie? Eentje waar mensen inderdaad witheet van kunnen worden als je er kritisch over bent. En eentje die weliswaar zeer aannemelijk klinkt, maar een ideologie is, naast alle andere (linkse) ideologieën.

Geef me nog iets meer kans om het nader toe te lichten.

Hij is eigenlijk heel optimistisch

Otto roemt in zijn stuk Petersons realisme: zijn wereldbeeld is chaotisch, niet-per-se-vrolijk. Het leven is hard. De wereld zit vol shit. Peterson is realistisch.

Maar in de kern van zijn visie is Peterson eigenlijk heel optimistisch.

1. Hij is een fervent pleitbezorger van het streven naar ‘de waarheid’. Ook al zul je de hele waarheid misschien nooit kunnen vinden, zegt hij.

2. Zijn (controversiële) ideeën over chaos en orde, mannelijkheid en vrouwelijkheid komen voort uit zijn ideeën over een evolutionaire orde.

3. Hij roept ons op om niet bij de pakken neer te zitten, maar onze rug te rechten.

Maar dat is ideologie: (1) Dat er waarheid is. (2) Dat er orde is. (3) En dat het goed is om je rug te rechten en ernaar te streven.

En precies op dat punt lijkt Peterson postmoderne denkers niet helemaal te begrijpen.

De filosofie van na de Verlichting vraagt zich namelijk af hoe we zo zeker weten dat die orde er is. Hoe we zo zeker weten dat er inderdaad een rationeel te bevatten structuur in de wereld zit, waar je naar op zoek moet gaan.
Precies dat is wat het postmoderne denken onderscheidt van het Verlichtingsdenken – een tijd waar Peterson naar terug lijkt te verlangen. (dit is wat ik er eerder over schreef). En het is, denk ik, wat mijn generatie onderscheidt van mijn godsdienstleraar.

Voor de duidelijkheid: het zou rampzalig zijn, als er geen rationele orde en geen waarheid is. Ook daar gaat het postmoderne denken over. Veel mensen hopen vurig dat er wel een orde bestaat. Want als het niet bestaat, dan komen we dicht in de buurt van absolute zinloosheid. Nihilisme, zegt Peterson. Als er geen orde is, dan heeft lijden geen zijn. Heeft Auschwitz geen zin. Heeft het leven geen zin. Dat zou verschrikkelijk zijn (zie ook dit blog). Maar dat we graag een orde willen, is niet hetzelfde als weten dat die orde er is.

Jordan Peterson liegt de waarheid

Peterson is niet eerlijk, zou dit postmoderne denken kunnen zeggen. Hij gaat niet ver genoeg. Hij bekritiseert van alles, maar niet zijn eigen (ideologische) uitgangspunten. Hij laat geen ruimte voor twijfel aan zijn eigen rationele, intellectuele methode. Anders gezegd: hij is niet pessimistisch genoeg. Hij denkt dat de wereld in de kern een onderliggende orde heeft. Maar dat weten we niet.

Volgens Žižek is Peterson iemand die de waarheid liegt*. Hij zegt wel ware dingen, maar bedekt daarmee (onbewust?) een ‘leugen’. Namelijk de (onbewezen) ‘leugen’ dat er een orde is en dat je met rationaliteit en waarheid verder komt.

Precies daar komt Žižeks (polemiserende) vergelijking met het nazisme vandaan. De Nazi’s gebruikten argumenten tegen die Joden die best vaak waar konden zijn. Vergelijk het met populisten vandaag: een deel van wat ze zeggen is feitelijk waar. Over criminaliteitscijfers en problemen met mensen met een migratie-achtergrond. De statistieken spreken hen niet tegen.

Maar onder die waarheden, kan zomaar een leugen liggen. De leugen dat als we de Joden uitschakelen, of de migranten weren, of feministen en social justice warriors het zwijgen opleggen, dat alles dan koek en ei is. En dat is maar zeer de vraag, zo zegt Žižek. Ook je eigen ideologie moet onder de kritische loep.

Rug recht of rug krom

Het is interessant dat zowel Peterson als Žižek veel christelijke thema’s gebruiken in hun theorieën (veel hedendaagse filosofen doen dat trouwens – ik schrijf er een boek over). Ze gaan er allebei een heel andere kanten mee op. Peterson ziet de Bijbel als een boek dat je kan helpen om te kiezen hoe je moet handelen. Handelen volgens zijn eigen 12 principes, waarvan ‘recht je rug’ er één is en ‘spreek de waarheid (of lieg tenminste niet)’ een ander.

In de filosofie van Žižek vervult het Bijbelse verhaal een andere rol. Hij ziet ze als verhalen die ons helpen te zien dat we in een wereld leven die geen betekenis en orde heeft. En dat God er soms met de handen in het haar bij staat. Of in ieder geval dat hij geen oplossingen aandraagt, geen antwoorden heeft en geen richtlijnen stelt. Geen godsdienstleraar-God. Hoogstens een God die mee-lijdt. Een God met een kromme rug.

Die laatste God, daarvan had ik gewild dat mijn godsdienstleraar meer kennis had gehad.

*Žižek noemt het een leugen, vanuit jargon uit de psychotherapie. Filosofisch kun je misschien beter spreken over een (onbewuste) onwaarheid. 


Bronnen:

48 reacties op “Ik ben minder enthousiast over Jordan Peterson. En wel hierom”

  1. “So, you’re saying”… dat je liever in een wereld leeft die zinloos en zonder orde is dan een wereld waar “orde geschapen” kan worden?

    1. Dank voor je reactie!
      Niet per se liever, het punt is dat we niet (kunnen) weten of de wereld in de kern ordelijk is of misschien wel zinloos. Tuurlijk, ordelijk is beter. Maar mogen we daar wel vanuit gaan? Veel filosofie sinds Nietzsche stelt die vraag, en het is lastig daar een antwoord op te geven (hoe graag we ook zouden willen).

      1. De vraag is inderdaad of je vanuit de wereld van de filosofie of vanuit de praktijk werkt. In het eerste geval mag je er wellicht niet vanuit gaan, in het tweede weet ik wel waar ik mijn geld op ga inzetten. Jij?

      2. Mag ik vragen wat het inhoudt als je zegt dat we niet weten of de wereld “universum?” in de kern “ordelijk” of “zinloos” (chaotisch) is? Je hebt toch in de eerste instantie orde nodig in de onderliggende natuur, om daarna te kunnen peinzen over het zinloos bestaan? Ik heb het gevoel dat ik de olifant in de kamer hier niet zie.

  2. Erg goed stuk, Gerko. Complimenten! Zou je eens in kunnen gaan op Petersons twee hoofdbronnen van waarheid: 1) Wat je noemt: evolutionaire biologie waarin oeroude psychologische structuren zitten en 2) mythologische verhalen en archetypen (Jung) waarin de boventijdelijk taal van betekenis en zin ligt verborgen als mysterie?

    1. Dank Johan. Ik zit niet heel goed in Peterson op de punten die jij noemt. Jung is natuurlijk een bekende (en controversiële naam). Bij hem kun je misschien e.e.a. vinden. Waarop hij zich beroept in z’n evolutionaire biologie weet ik niet.

  3. Beste schrijver,

    Bedankt voor je bijdrage. Mijns inziens bouw je je betoog op één argument. Namelijk dat een deel van JP’s aanhang zijn ideeën als dogmatische ideologie beschouwt waarmee je suggereert dat Peterson zelf een dogmatisch ideoloog is (trouwens: eerst ontken je dat je dat bedoelt, maar daarna bouw je er toch op verder. Wat wil je nu eigenlijk zeggen?). Dat is volgens mij niet juist omdat JP zelf vaak aangeeft dat je als mens altijd kritisch moet zijn naar jezelf en je eigen ideeën. Er zijn meerdere voorbeelden te vinden waarin Peterson actief het dialoog opzoekt en openstaat voor goede tegenargumenten en zijn ideeën in het licht daarvan bijstelt.

    Ik vind je vergelijking met de levensbeschouwingsleraar en de suggestie dat mensen als hij fascistische ideeën inspireren niet substantieel. Nietsche was nota bene degene die het concept ‘Übermensch’ introduceerde, maar niet zoals het later door de NSDAP werd geïnterpreteerd. Was hij dan ook een fascist?

    Denk overigens dat je best kritisch kan zijn op JP. Zoals dat hij een neiging heeft te focussen op gemiddeldes en archetype patronen en daarmee minder oog heeft voor het individu of de uitzondering. Echter focus je vooral op onderbuikgevoel, (vergezochte) metaforen en incorrecte vergelijkingen. Geef misschien eens een paar voorbeelden waar je het niet mee eens bent de volgende keer (en ga daar dan concreet op in).

    1. Goeie reactie dit. Je mag inderdaad en graag zelfs kritiek uiten op JP, daarom lees ik ook dit stuk, want ook ik ben redelijk enthousiast over JP, maar wil mezelf behoeden van idolatrie en in een echochamber zitten.
      Maar JP zoekt inderdaad actief het dialoog op en staat zeer open voor repliek. Iets waar de SJW’s, waar JP zich zo hard tegen uitspreekt, totaal niet voor open lijken te staan.
      Een deel van zijn aanhangers stelt zich zeker polariserend op, naar mijn idee een minderheid. En JP distantieert zich duidelijk en vaak genoeg van dat deel van zijn aanhangers.

      1. Yes, helder. Ook best wel eens met jou.

        Het gaat dus ook niet om hoe Peterson wordt opgevat door zijn aanhangers (daar kan hij niet veel aan doen) en het gaat niet om of Jordan Peterson openstaat voor kritiek (dat staat hij wel, hulde! Meer dan SJW, hoezee!) – het gaat om een niveau dieper. Staat Peterson open voor kritiek niet op WAT hij zegt (het feitelijke) maar op waar hij vanuit gaat. Zizek zegt: nee. En daarmee is hij in de kern net zo ideologisch.

        Zizek gaat verder: is dat erg? Nee. We zijn allemaal ideologisch. Maar laten we het aub wel erkennen en niet doen alsof de eigen positie het meest (rationeel) evident is.

        1. Hmmm klinkt goed, maar ik zal het stuk van Zizek eerst even gaan lezen, dat had ik nog niet gedaan.
          Dank voor de reactie!

          1. Ik had een video van Peter Rollins nodig (zie onder) (en wat achtergrondkennis van psycho-analytisch denken) om te begrijpen wat hij bedoelde. Het is best ontoegankelijk. Kijk die video er zeker bij!

        2. Er is hem vaker gevraagd en gesteld dat zijn theorieën uiteindelijk ook een ideologie zijn. Kijk maar naar een aantal interviews.

          Ook is de reactie niet helemaal passend, de ‘hoezeee’ komt een beetje geïrriteerd en bevooroordeeld over.

          1. Sorry, oprecht niet zo bedoeld. Heb je wat van z’n video’s waar hij het heeft over z’n eigen ideologie? Ik ben dan wel benieuwd.

            Waar ik op zou letten is dus
            NIET: of hij kritisch is op wat hij op feitelijk niveau zegt.
            WEL: of hij kritisch is op z’n onderliggende assumpties: dat de wereld redelijk en ordelijk is en rationeel te benaderen moet zijn.

            Ben echt benieuwd!

    2. Hey SVH, dank voor je reactie. Ik denk dat we dichter bij elkaar staan dan je denkt. Vooraf: ik baseer me op Zizek’s kritiek op Peterson, waar ik me goed in kan vinden. Misschien is het niet duidelijk genoeg maar dit is NIET wat ik zeg: Petersons aanhangers zijn dogmatisch ideologisch => Peterson is dogmatisch ideologisch.

      Dit is WEL wat ik zeg: Peterson ZEGT open te staan voor kritiek, maar hanteert impliciet (!) een dogmatisch geloof, namelijk in het BESTAAN van een bepaalde orde, van een ‘waarheid’, die je het beste met ‘de rede’ kunt benaderen. Ja, dat klinkt als niet meer dan logisch, maar postmoderne denkers gaan nou juist DAAROVER twijfelen. Over die impliciete orde: is die er wel?

      Jouw opmerking over ‘gemiddeldes’ en ‘archetypes’ komt daar al bij in de buurt. Zizek gaat een stuk dieper: is er een niveau waarop alles ordelijk is? Of niet?
      Johan (1e reactie) vist die laag er goed uit.

  4. Wat is nou de conclusie samengevat? Mij valt alleen op dat er heel wat wordt overgeanalyseerd. Wat mij weer doet denken aan einstein’s quote; “If you can’t explain it simply, you don’t understand it well enough.” Dit artikel is simpelweg weer een verwarrende en inhoudelijk lege reactie uit frustratie en onmacht tegenover Peterson’s simpele en universeel logische woorden.

    1. Hey JWZ (toepasselijke naam!), jammer dat het me niet gelukt is, het helder samen te vatten.

      Ik denk dat je twee stromen kunt aanwijzen in (filosofisch, maatschappelijk) denken: de één die zegt: hoe simpeler hoe beter. (iets dat inderdaad goed werkt in de natuurwetenschap).

      Een ander die zegt: de wereld is zo complex, dat het gevaarlijk is als je denkt dat je er met simpele antwoorden uit komt. Zizek noemt zichzelf inderdaad iemand die (als filosoof) de boel liever niet makkelijker maar ingewikkelder maakt. Vervelende eigenschap. Lang niet altijd zinnig.

      Wel heel erg nodig, als je het mij vraagt. Simplicity is in dit soort thema’s eerder een vijand dan een vriend. Maar daar kunnen we over van mening verschillen, jwz.

  5. Beste Tempo,

    Ik schaar me graag achter SVH in deze. Peterson heeft enkele aannames, zeker. Die zijn tot op heden echter niet gefalsificeerd, au contraire: er zijn legio papers over de chaotische orde. Orde niet wellicht niet normaal verdeeld is, maar bijvoorbeeld exponentieel (power laws). Met zulke wiskundige formules is de waarheid niet te voorspellen, maar wel te plaatsen. Wel te modelleren. Daarmee is er gewoon gerede basis voor deze stelling.
    Peterson heeft zeker ideeën over wat voor hem werkelijkheid is. Daarover kun je absoluut van mening verschillen. Dat is echter niet hetzelfde als een nieuw dogma uitrollen dat net zo veel waard zou zijn als het dogma waartegen hij zich zozeer verzet; daarin toon je je een duidelijke relativist. Er zijn dingen meer waar dan andere, dat is een feit. Als ik zeg dat zwaartekracht niet bestaat, kan ik dat wel als waarheid ervaren, maar maakt niet dat dit vervolgens dan net zo waar zou zijn als dat deze wel bestaat. Daarin komt volgens mij Plato naar boven: iets kan niet twee diametrale tegenovergestelden tegelijkertijd zijn (op een absolute schaal, voordat we weer verzanden in een relatief: “ik vind dit warm” vs. “ik vind dit koud” verhaal). De hele strekking van Peterson is eigenlijk kort op te sommen als: “er is een waarheid, en die beïnvloed wat wij vinden dat de waarheid is, hoewel onze waarheid vervuild is, want geen perfecte perceptie. Wel kunnen we de waarheid benaderen door zo open mogelijk de feiten af te gaan en hieruit een kader scheppen waarbinnen de waarheid zich waarschijnlijk wél bevindt.”. Naar mijn mening is die visie veruit te prefereren boven een iedereen-is-gelijk-dus-iedereens-mening-is-net-zoveel-waard-als-de-andere-instelling, als grondslag. Niet altijd ontkom je eraan (zie democratie), tegelijkertijd ga je er daarin wel van uit dat de wet van grote getalen in actie komt: iedereen heeft een normaal verdeelde perceptie, dus netto blijft onder de streep de waarheid over. Dít is natuurlijk niet (geheel) waar, maar wel een redelijke benadering en in ieder geval functioneel.

    1. Hey Atta, dank voor je reactie. In wat ik van je lees, zie ik veel van wat ik bedoelde op te schrijven. Fijn 🙂

      Ik snap denk ik wat je zegt, maar ik zou je willen vragen deze gedachte even de ruimte te geven:

      Ik denk niet dat het relativistisch is wat ik zeg, als wel: bescheidener. Ik beweer niet dat er geen waarheid is, wel dat elk menselijk perspectief precies dat is: een perspectief. Natuurlijk zijn sommige perspectieven beter dan andere (af te meten aan bijvoorbeeld standaarden van ‘werkbaarheid’), maar desalniettemin perspectieven. Postmoderne denkers roepen niet op tot waarheidsrelativisme, maar tot het zien van perspectieven, als perspectieven. En dat betekent dat je noodzakelijkerwijs kritisch moet zijn. Zizek vindt dat Peterson dat niet is. En daar zit volgens mij wat in. Hij is wel kritisch op het directe niveau (van argumenten, en feiten, het niveau van de zwaartekracht en Plato’s idee van waarheid) maar niet op het niveau daaronder, het niveau van ideologie. Voor dat niveau gaat jouw vlieger niet op, want op dat niveau kun je niet weten welk perspectief beter is (want je weet niet aan de hand van wat).

      Nog even benadrukt: kritisch zijn op ideologisch niveau is niet hetzelfde als relativistisch zijn. Wel: bescheiden zijn. Volgens mij klopt het dat Peterson dat niet is.

      1. Hi Gerko,

        Allereerst, sorry voor de spelcorrectie die je naam hervormde naar “tempo” .

        Meer inhoudelijk dan verder:
        Volgens mij is het punt dat zijn ideologie (er is een waarheid te benaderen met rede) op dezelfde voet zou staan als andere ideologieën. Mijns inziens is daar geen basis voor.
        Relativisme is bescheidenheid, zij het in een andere vorm. Bescheidenheid is in feite intrinsiek relativisme (mijn idee is wel slim, maar niet briljant), relativisme zelf is extrinsiek (zijn idee is wel oké, maar niet briljant).
        Daarnaast hoor ik (en ik kan dat verkeerd hebben) dat je eigenlijk vindt dat JBP bescheiden zou moeten zijn, vanuit een overtuiging dat elke vorm van ideologische gedachte niet direct superieur geacht kan worden aan een andere. Het laatste betwist ik (ik vind bijvoorbeeld de “westerse” waarden/ ideologie die wij nastreven zeker beter dan “midden oosterse” waarden bijvoorbeeld, zoals ik af meet aan succes, geluk, gelijkheid en andere kwantitatieve metrieken. Dit doet niet af aan mogelijke andere dingen die mogelijk ook prima of zelfs goed zouden kunnen zijn aan die andere ideologie, maar plaatst het een wel boven de ander ).
        Tot slot bescheiden zijn, is niet hetzelfde als kritisch zijn. Kritisch is de waarden onder de loep nemen. Bescheiden is hopen dat de ander niet te kritisch is, omdat je zo agreeable bent.

        1. Dank!
          Eerste over bescheidenheid en relativisme: eens.
          Tweede: bijna. Natuurlijk kun je met elkaar in gesprek gaan over je onderliggende ideologieën. En je kunt heel prima overtuigd zijn dat jouw ideeën beter zijn dan andermans ideeën. Ik heb bepaalde morele overtuigingen waarvan ik vind dat iedereen er zich aan zou moeten houden (niet aan kinderen zitten, bijvoorbeeld). Maar ik weet ook dat niet iedereen dat met me eens is. Ik ben niet relativistisch in de zin van: geen enkele overtuiging over het zitten aan kinderen is superieur aan anderen (zeker wel!). Maar ik weet dat andere mensen andere dingen vinden, en ik vind niet dat hun overtuiging niet gehoord zou mogen worden. En dus moeten we erover in gesprek. En daarbij moet ik er (helaas) aan, dat andere mensen andere dingen hierover vinden. Ik moet bij mezelf toegeven dat mijn overtuiging helaas dus niet voor iedereen zelf-evident is. En dat is kritisch zijn naar m’n eigen uitgangspunten.

          Zizek zegt: Peterson lijkt niet kritisch over z’n diepste aannames, namelijk dat er een methode van redelijkheid en over dat er een structuur van orde bestaat. Hij doet net alsof ze zelf-evident zijn. Dat zijn ze niet (hoe graag je het zou willen). En dit is helemaal relevant omdat het de mensen met wie hij in gesprek wil zijn (‘de postmodernisten’), precies te doen is om dit punt.

  6. Het voelt een beetje als iemand die claimt tolerant te zijn te verwijten wél intolerant tegen intolerantie. Sja, dat is misschien paradoxaal maar we moeten het er maar mee doen.

    1. Hey Mark, ik ben benieuwd hoe je tot dat gevoel gekomen is. In jouw woorden zou ik zeggen: het gaat over iemand die claimt kritisch te zijn, maar onkritisch is over z’n eigen kritisch. Dat is niet paradoxaal maar inconsequent.

      1. Als je Jordan Peterson onkritisch noemt, heb je denk ik niet goed opgelet. Dat kan natuurlijk, maar dat er een ander fundamenteel wereldbeeld is dan dat van JPB zegt niet dat hij maar klakkeloos zijn eigen aanhoudt.

        1. Ik heb geprobeerd een onderscheid te maken tussen niveau 1 en 2. Ik heb niet het idee dat je dat eruit haalt.

          Op niveau 1 kun je prima kritisch zijn (dat is hij ook), op niveau 2, zegt Zizek (en ik ben het met hem eens) is Peterson dat niet.

          Kun je daar op in tappen?

  7. Hey Gerko! Waardeer je stukken enorm en heb deze ook weer met interesse gelezen. Ik denk dat ik het in theorie best met je eens ben, maar heb nog wel een vraag.
    In mijn ogen is dit namelijk een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk namelijk niet (corrigeer me als ik ernaast zit) dat Peterson zich per se inhoudelijk-filosofisch verzet tegen postmodernisme, maar meer tegen de cultureel verzwakte uitwassen ervan. D.w.z. ervaring van zinloosheid, depressies, het onmogelijk maken van dialoog tussen mensen in verschillende machtshierarchieën, het relativeren van het überhaupt hebben van een levensbeschouwing, omdat iedereen stiekem toch alleen maar onbewust egoïstische machtsspelletjes speelt, etc.

    Hij zei bijv dit (vrij vertaald) in een interview:
    “Ja, er is een eindeloze hoeveelheid manieren om de wereld te interpreteren, en nee, er is er niet per se eentje beter dan de anderen. Maar, om te kunnen leven moet je een manier voor jezelf vinden die je ook echt kunt toepassen. Op zo’n manier dat je niet teveel lijdt en zo dat we nog een langere tijd met elkaar door kunnen leven in de wereld. En die interpretatie moeten we zo uit de wereld halen zodat de andere mensen op een vredelievende manier met ons blijven samenwerken en concureren (zie evolutionaire biologie).”
    Punt is, zijn kritiek is volgens mij niet gebaseerd op filosofie, maar op praktische neuropsychologie. Ik heb altijd het idee dat hij meer aan symptoombestrijding doet van mensen die hij tegenkomt dan dat hij daadwerkelijk een filosofisch statement maakt. En wat dat betreft denk ik dat hij een stuk prettiger is om naar te luisteren dan menig filosoof. Kun je jouw kijk hier eens op geven?

    1. Hey Chris,
      volgens mij klopt het wel wat je zegt. Dat citaat ondersteunt het ook wel inderdaad. Symptoombestrijding: sterk!

      Ik ben het met je eens, maar denk je niet dat Peterson meestal als meer dan dat wordt gezien? Of misschien zichzelf ook wel zo ziet?

      Zizek maakt een sport van het ‘ontmaskeren van ideologieën’. Het punt is dan: je klinkt wel heel redelijk, maar ondertussen ga je net zo goed uit van een bepaalde ideologie als alle anderen. Prima natuurlijk, maar zorg wel dat dat helder is. Je ziet het ook heel erg terug in discussies over het neo-kapitalisme. Dat is een ideologie (misschien een prima ideologie), die doet alsof-ie dat niet is. Een ideologie die zegt: ‘ik ben gewoon gezond verstand’. Dat, zegt Zizek is gevaarlijk, want het is geen gezond verstand, het is een ideologie. En precies dat ziet hij ook bij Peterson.

      1. Hallo Gerko, bedankt voor het schrijven van zo’n betoog. Ik ben ook blij verrast door de diepgaande gesprekken in de comments sectie.

        Mijn gedachten over Peterson is hetzelfde als die van Chris. M.b.t. je opmerking “denk je niet dat Peterson meestal als meer dan dat wordt gezien?” — jazeker, hij wordt vaak (waarschijnlijk *te* vaak) als meer dan dat gezien. Dat is ook waar ik een beetje bang voor ben.

        Het ding is, mensen zoeken eenmaal naar een simpele boodschap. Of ze projecteren hun wereldbeeld op wat Peterson zegt, ook al zegt Peterson dat eigenlijk niet. Ik vind dat dat een probleem is van zijn aanhangers/tegenstanders, niet Peterson zelf. Ik vind dat mensen moeten leren beter zelfkritisch te zijn (dus het tegengestelde van kritisch zijn tegen andere meningen).

        Wat ik van Peterson leer is dat andere perspectieven belangrijk zijn om te overwegen. Dat klinkt voor de hand liggend, maar dat is het niet. Voorbeeld: veel mensen hebben een duidelijke mening over godsdienst en ze hebben heel veel redenen waarom de tegenpartij ongelijk heeft. Maar in een van de videos legt Peterson godsdienst uit op zo’n manier dat zowel atheisten als gelovigen kunnen verenigen.

        Hetzelfde geldt voor identity politics. Tijdens een sessie op de Young Women’s Leadership Summit probeerde de host Cathy Newman af te zeiken (“ha, Peterson, je hebt haar een lesje geleerd”). Maar Peterson nam een neutrale standpunt, en wel op zo’n manier dat het nuttig is. Hij zei dat er waarde zit in de gehele politieke spectrum. Links en rechts moeten van elkaar leren en met elkaar actief in discussie gaan, want beide kanten hebben zoveel goede als slechte eigenschappen, die gebalanceerd moeten worden. Hij zei ook: je moet je vijanden niet verslaan (bijvoorbeeld afzeiken, zien als karikaturen i.p.v. mensen), maar vrede met ze maken, want na een overwinning verdwijnen je vijanden niet en zullen ze proberen de volgende keer jou te verslaan.

        Peterson heeft mij geleerd om mijn standpunten richting politiek en godsdienst opnieuw onder de loep te nemen. Hij heeft me de waarde van de tegenpartij laten zien. Peterson hamert juist op dialoog en samenwerking ondanks tegengestelde visies. Hij hamert juist op de *vereniging* van verschillende standpunten, wat erg nodig is in deze tijden waarin iedereen een ander mening heeft.

        Maar ik vrees dat het merendeel van de bevolking dat niet begrijpt, en liever Peterson ziet als een eendimensionaal “vrouwenhater”, “extreem-rechtse gedachtenleider”, “anti-feminist”, “held van incels”, etc.

  8. Over Helder je punten beargumenteren gesproken; goed geschreven! Ik moet echter bekennen dat ik niet denk JBP er van uitgaat dat er zo iets is als een natuurlijke orde eerder dat de materiele en natuurlijke wereld een is van toenemende wanorde. Hij verondersteld vervolgens dat levende organismen ver voor de mensgeid als een soort anti-enthropische dingen daar orde in aanbrengen om te kunnen bestaan. Ik denk dat hij dit vervolgens terug ziet in de manier waarop de mens als sociaal dier hier mee omgaat en de gecreeerde orde door trekt naar maatschappijen als een teken daarvan. Hij laat weten dat verhalen mythen en legendes het doel hebben te laten zien hoe men tot dat punt komt. Dit is waar gwt spreken van de waarheid en minachting voor ideologien in beeld komt. Iedeologien laten de waarheid vaaren om hun versie van “de werkelijkheid” te rechtvaarden. Dit is hoe ik Peterson’s werk begrijp als een materialistisch ingesteld persoon met een achtergrond in biologie.

    1. Hey RL,
      dank voor je reactie. Je begint te zeggen dat je niet denkt dat JBP een natuurlijke orde veronderstelt. Vervolgens kom je bij ‘waarheid’ uit. Is (het bestaan van een eenduidige, misschien zelfs kenbare) ‘waarheid’ niet precies zo’n veronderstelling? Dat is het niveau waar het over gaat. Ook materialisten kunnen een heel duidelijk idee van orde hebben, en het de rationele uitpluisbaarheid daarvan.

      Kijk, ik weet het niet, maar JBP ook niet. En daar moet-ie eerlijker over zijn, zegt Zizek.

  9. Op wat voor een manier liegt Peterson de waarheid? Je zegt dat Peterson niet kritisch genoeg op zijn “world vieuw” is maar je zegt niet waarom.
    Je zegt ook dat hij Social Justice Warriors en feministen het zwijgen op wilt leggen. Tenminste lijkt het zo. Peterson is voor vrijheid van meningsuiting. Hierdoor werd hij juist beroemd geworden, door strijden tegen de Canadese wet die zei op wat voor een manier je moet spreken over de LGBT groep. Dus waarom zou je het stukje schrijven over zwijgen opleggen tegen sjw en feministen? Zoals ik het zie zijn juist de sjw en feministen degene die andere partijen stil willen maken.

    1. Hey Aleks, dank voor je reactie.
      Ik denk niet dat je JBP zult horen zeggen dat Social Justice Warriors zouden moeten zwijgen. Hij dient hen van repliek. Vaak best terecht.

      Wat ik bedoel met ‘de waarheid liegen’ is: je kunt waarheid spreken (feiten) en daarmee iets anders/ iets belangrijkers bedekken.

      Stel (voorbeeldje van Rollins), een man verdenkt zijn vrouw van vreemdgaan. Hij roept steeds: je gaat vreemd, je gaat vreemd, ik weet het zeker! Hij roept het steeds vaker, dat mensen tegen hem zeggen: joh, houd er eens over op, het lijkt wel alsof je wilt dat ze vreemdgaat. Op een dag blijkt dat ze inderdaad vreemdgaat. De man steekt z’n handen in de lucht en zegt: zie je wel! Ik wist het! Het lijkt wel alsof hij blij is dat hij gelijk had.

      Hij sprak al die tijd de waarheid. Zijn vrouw ging vreemd. Maar waar het over gaat is niet of hij wel of geen gelijk heeft, maar of hij zijn vrouw wel of niet kan vertrouwen.

      In het verhaal is de man blijer met z’n gelijk dan met het onderliggende punt, dat natuurlijk zeer triest is.

      Op die manier kun je met ware uitspraken prima andere (belangrijke) zaken wegstoppen. Zizek zegt dat dat is wat Peterson doet, en dat ben ik wel met ‘m eens.

  10. Volgens mij heeft JPB het regelmatig over pragmatische waarheid. Een waarheid die misschien niet waar is (een leugen) maar wel nuttig is (nuttige leugen?).

    Zo kun je bijvoorbeeld stellen dat het leven zinloos is en niemand kan het tegendeel bewijzen. Sterker nog, je kunt vrij makkelijk aannemelijk maken dat het leven zinloos is. Het probleem is dat dat leidt tot nihilisme, niks heeft meer zin. Als er iets is waar JPB en andere verstandige mensen een hekel aan hebben is het wel nihilisme.

    Vandaar dat we er allemaal in het dagelijks leven vanuit gaan dat het leven wel zin heeft. Een pragmatische waarheid of misschien wel een leugen om ieders bestwil.

    1. @Gerko, JPL heeft met wat meer woorden aangegeven wat ik bedoelde met mijn tweede comment. Kan je hierop reageren?

    2. Volgens mij klopt het wel, wat je zegt over die JPB en de pragmatische waarheid.

      Ik leid hier even uit af dat je daarom valt over wat ik zeg over JPB’s geloof in de waarheid – je zegt: dat doet-ie niet, hij is een pragmatist. Ik ga daar nog even naar kijken het zou kunnen dat je gelijk hebt.

      Daarna zeg je: JPB ‘en alle verstandige mensen’. Daar zou Zizek op aanslaan. Want de suggestie is dat Petersons kijk de meest verstandige is. En indirect dat Petersons methode (van helder nadenken, common sense) de beste is. En zover zou je niet moeten gaan. Het is een overtuiging die hij koestert, op het niveau van een ideologie. Prima. En als-ie werkt voor wie dan ook: top. Maar laten we niet vergeten dat het (ook) een ideologie is. Hoe sta je ten opzichte van het tweede wat ik hier zeg?

  11. Heb beide artikelen over Peterson op deze site gelezen, maar had toch wel iets meer moeite met deze. Ik snap niet goed hoe een god “er met het handen in het haar” bij kan staan? Dit is toch bijna een synoniem voor machteloosheid, wat juist het tegengesteld is van wat een god per definitie is?

    Verder heb ik weinig gezien van Zizek, maar het lijkt in het artikel alsof er getwijfeld wordt aan het bestaan van alle orde. Dit lijkt me nogal zinloos, het is toch vrij duidelijk dat er een bepaalde mate van orde en chaos bestaat in de wereld, zeker op de manier van Peterson, die orde eigenlijk gelijkstelt aan voorspelbaarheid. Maar ook daarbuiten is er soms een duidelijke scheiding; een vaste stof is ordelijker dan een gas, en een land als Nederland is ordelijker dan de westerlijke sahara.

    Verder wordt er getwijfeld aan het feit dat je met rationaliteit en de waarheid verder komt. Hier heb ik ook een beetje moeite mee. Peterson pleit voor waarheid, maar zeker niet altijd voor rationaliteit. Hij maakt er zelfs een van zijn kernpunten van dat de rationele waarheid niet altijd de juiste is, en dat ratio de mens wel kan vertellen wat dingen zijn, maar niet hoe hij moet handelen, en dat ratio daardoor dus niet het ultieme goed is. Het lijkt me contraproductief om de waarheid als goed te ontkrachten, simpelweg omdat die discussie opzich geen punt heeft als de waarheid niet achterhaalt hoeft te worden.

    Alles bij elkaar heeft dit artikel mij er op zijn best van overtuigd dat in elk geval een deel van Peterson punten terecht zijn.

    1. Hey Jacobs, dank voor je reactie.
      Ik schreef eerder op Lazarus hoe er in de postmoderne filosofie vaak gaat over wat je ‘de dood van God’ kunt noemen. Dat gaat over het verdwijnen van de dominantie van God, maar daarmee komt een ander probleem: als er geen orde, geen zin is, waar leidt het denken dan heen?

      Zizek en veel andere denkers denken daarover door. JPB heeft daar kritiek op, maar doet dat met een beroep op rationaliteit en een bepaalde orde, die hij zelf niet lijkt te betwijfelen – precies wat postmoderne filosofen wel zijn gaan doen. Daar missen ze elkaar.

      Over God en z’n handen in het haar. In reactie op het ‘god is dood’-denken heb je twee mogelijkheden. Of je zegt: jawel, er is wel orde. God bestiert de boel. Dat is wat veel mensen doen en geloven. Een van de nadelen van die geloofswijze is het probleem van het kwaad. Bestiert God ook Auschwitz? Natuurlijk zijn daar complexe filosofische antwoorden op (Plantinga). Andere filosofen zeggen: je moet stoppen met het zoeken naar orde en zin. Misschien is de werkelijkheid in de kern diffuus (Zizek). Als er al zin is, dan is dat in de omarming van de zinloosheid.

      Ik denk dat je ook theologisch met beide gevallen uit de voeten kunt. In ieder geval is het zo dat in beide gevallen geldt: God is in ieder geval deels machteloos (Plantinga: hij heeft uit liefde zijn macht afgestaan omwille van menselijke vrijheid). In de tweede stroom wordt de nadruk gelegd op het ongelooflijke verhaal van een God die aan het kruis alle macht (en misschien zelfs wel alle betekenis en zin) aflegt, met de beroemde kruiswoorden: ‘mijn God waarom heeft u mij (God) verlaten?’

      Ik vind de tweede stroom interessanter. Daar blog ik op Lazarus dus regelmatig over en er komt een boek over uit.

      Ik hoop voor nu even dat ik me een beetje begrijpelijk uitdruk. Overtuigen hoeft niet eens direct 😉
      Extra noot: ik weet niet of ik gelijk heb, of Peterson of Zizek, of jij. Ik weet wel dat we nooit helemaal zullen weten wie er gelijk heeft. En daarom is het belangrijk dat we alle stemmen zien als stemmen, anders gezegd: alle ideologieën als ideologieën. Inclusief de visie van dhr. Peterson.

  12. In het Post Modernisme word gesteld dat er alleen verschillende perspectieven zijn en je niet kunt stellen wat de waarheid is. Die aanname is op zichzelf dan jou waarheid en daarmee ontkracht het zichzelf. JPB geeft Post Modernisme gelijk dat er veel manieren zijn om iets te zien maar dat er altijd manieren zijn die meer waarheid bevatten dan andere. Hoe weet je welke dat zijn? De perspectieven die leiden tot Orde en niet Chaos. Daar kun je natuurlijk ook verschillende perspectieven over hebben maar JBP is hoofdzakelijk geïnteresseerd in het kwaad dat in ieder mens zit. Voor hem is de uiterste vorm van Chaos de Hel zoals voortgebracht word door totalitaire ideologieën zoals dat van de Nazi’s en de Sovjet Unie maar ook de Axioma van verbitterde mensen dat uit eindelijk eindigt in het voortbrengen van massa moordenaars. Het Frame probleem in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie heeft ook aangetoond dat intelligent leven een waarheid nodig heeft om met de wereld om te kunnen gaan.

    Ik vraag me af hoe zeer jou ideeën over JPB werkelijk jou ideeën zijn en dat je niet een papegaai van Zizek bent. Een aantal van jou bronnen schilderde JBP af als Alt Right etc. wat toch echt een keer klaar moet zijn. Hij heeft veel lezingen over het kwaad van de Nazi’s, zegt dat oa Viktor Frankl een must is om te lezen en meerdere gezegd niet links of rechts te zijn maar dat de twee in balans horen te zijn.

    1. Hey Theo, dank voor je reactie.
      Als ik wat je zegt aanscherp, weet ik niet zeker of het nog klopt. In veel postmodern denken is de vraag: hoe kunnen we weten wat waar is? Wat garandeert waarheid? Antwoord: geen idee! Oplossing: bescheidenheid. Dat is in dit soort filosofie (en bij mij) niet hetzelfde zeggen: ‘er is geen waarheid’. Want dan zou je vervallen in wat jij zegt. Dat zul je mij dus ook niet horen zeggen. Ik zeg: ik heb geen idee!

      Sterker nog: het zou best kunnen dat JPB gelijk heeft en Zizek niet. En dat ik, als papegaai van Zizek het dus volstrekt niet bij het juiste eind heb! Het enige wat Zizek doet is JPB oproepen om niet te doen alsof zijn visie niet één van de velen is. Maar dan gaat het niet om wat hij zegt (oppervlakte), want daar is JPB inderdaad heel netjes zelfkritisch. Nee, het gaat om wat daaronder ligt. Dat zit in wat jij zegt: ‘hoe weet je welke dat zijn? De perspectieven die leiden tot Orde en niet tot Chaos’. Misschien heb jij (als papegaai van Peterson :-P) gelijk. Ik weet het niet. Maar deze uitspraak komt voort uit een aanname. Het is ideologisch ingegeven. Dat orde beter is dan chaos. Prima. Maar zorg (zegt Zizek) wel dat het duidelijk is (voor jezelf en anderen) dat dit een ideologie is. Een perspectief. Niet een absoluutheid, en (dus) ook geen common sense.

      Helpt dit?

      1. Hallo Gerko,

        Ik kan me niet vinden in jou omschrijving van Post Modernisme. Als ik je begrijp zeg jij dat Post Modern denken gaat om afvragen hoe je weet wat de waarheid is maar in Post Modernisme word al uitgegaan dat het onmogelijk is om de waarheid vast te stellen. Dan is er dus geen waarheid voor ons en is geen enkel perspectief meer waarheid dan een ander. Ik zie niet wat bescheidenheid hier mee te maken heeft. Als JP denkt iets te weten dan moet hij dat gewoon verkondigen en als iemand het kan ontkrachten moeten ze dat ook vooral niet laten. Ik ben het zeker niet met alles van JBP eens en de gedachtegangen die ik met hem deel zijn na veel denken eigen geworden. Ik kan me voornamelijk vinden in de leer van Carl Jung en zoals Carl Jung zelf zei is dat niet voor iedereen. Ik denk ik voor 80% aan materiaal van JBP gezien heb en hij zegt vaker dat de dingen moeilijk of onmogelijk te bevatten zijn dan dat het allemaal common sense is. Je insinueert ook dat JBP christelijke filosofieën over een godsdienst-god gaan en ook dit klopt niet. Voor JBP is God meer iets als een mengelmoes van een ideaalbeeld. Je persoonlijke ideaal, dat van je gezins rol en het ideaal voor je rol in de samenleving.

  13. Beste Gerko, mooi dat je zoveel reacties krijgt. Als ex-jezuït heb ik een hekel gekregen aan dit soort rationele argumenten.
    1. Jezus bewees God m.i. niet met argumenten, maar eerder met de stijl van de bergrede http://www.sommeling.net/god-islam-boeddhisme/.
    2. De quantumtheorie gelooft wel degelijk in een impliciete orde (zie Heelheid en de impliciete orde, Bohm, 1985)

  14. Beste Gerko, mooi dat je zoveel reacties krijgt.
    Als ex-jezuït heb ik een hekel gekregen aan dit soort rationele argumenten.
    1. Jezus bewees God m.i. niet met argumenten, maar eerder met de stijl van de bergrede (http://www.sommeling.net/god-islam-boeddhisme/.
    2. De quantumtheorie gelooft wel degelijk in een impliciete orde (zie Heelheid en de impliciete orde, Bohm, 1985)http://www.sommeling.net/onze-quantumwerkelijkheid

  15. Hi Gerko,

    Tof artikel! Heb je deze reflectie van Peter Rollins op de reactie van Zizek gezien? Ik zie enkele overeenkomsten.
    https://www.youtube.com/watch?v=cafmV0x-_Gg

    Ik denk dat het goed is te onderstrepen dat kritiek van deze soort op Peterson vaak niet gericht is op datgeen wat hij probeert te vertellen (inhoudelijk), maar op het effect dat het in de publieke ruimte sorteert. Vind dat in dit stuk goed naar voren komen. Deze kritiek wordt en masse vaak slecht begrepen, omdat juist dat inhoudelijke voor tractie heeft gezorgd. Deze kritiek lijkt mij erg waardevol om te wijzen op het risico dat Peterson’s sympathisanten verworden tot datgeen wat ze juist bekritiseren, te waken voor messiaanse bejubeling.

    Ik betwijfel de stelling dat Peterson de verlichtingsdenkers niet begrijpt. Peterson’s benadering start m.i. vaak vanuit het (19e eeuws, Amerikaans) pragmatisme, in die zin dat als hij spreekt over chaos en orde, hij dat vaak vanuit het fenomenologisch perspectief doet. Het zegt m.i. weinig over de wereld ‘an sich’; over het vermeende breipatroon van de binnenwereldse fysica. Ik denk dat de sympathie die hij heeft verworven hij met name te danken heeft aan het feit dat hij het (voornamelijk) houdt bij hoe de wereld zich aan ons opdringt, en hoe wij in dit landschap (wat meer drama dan materie is) het beste kunnen acteren. Wanneer hij empiristisch het e.e.a. beweert is dat m.i. zowel goed als origineel, maar dat wat goed is, is niet bijzonder origineel, en dat wat origineel is, is naar mijn mening niet bijzonder goed. Waar ik denk dat veel verwarring ontstaat is het punt dat hij in zekere zin het fenomenologische beschouwd als ‘echter’ dan het empirische. M.a.w.: de wereld bestaat in de eerste plaats uit ‘that what matters’ t.o.v. ‘matter’.

    Wat ik lastig vind aan de postmoderne component is de fijne lijn tussen intellectuele stellingname (zoals Peterson en wellicht de godsdienstdocent), en verdacht worden van demagogisch verlichtingsdenken. Ik vraag mij af in hoeverre de postmoderne tijd de ruimte laat voor figuren als Peterson om stelligheid in te nemen (waarbij ik postmoderne tijd interpreteer vanuit de Franse intellectuelen en niet vanuit de historisch Tayloreske benadering). Relativisme en uitroepjes als ‘fake news’ en ‘jouw waarheid’ zouden zo maar veruitwendigingen kunnen zijn. Zorgt dit er niet voor dat kennis niet meer gecultiveerd kan worden richting het collectief vanuit het individu?

    De postmoderne gedachte ‘Wij kunnen niet de zekerheid hebben van de antwoorden, en zullen deze, als deze er zijn, zelf moeten verzinnen’ komt m.i. tegen een prijs, namelijk; “God is dood”. Ik lees weinig Nietzsche, maar is zijn antwoord niet om gelijk “Ubermenschen” zelf die antwoorden te gaan vergaren? Als dit zo is, denk je dat Nietzsche dit antwoord formuleerde als noodzaak of bij gebrek aan alternatieven?

    Het zou kunnen dat figuren als Peterson een soort heimwee hebben naar de zekerheid van het verlichtingsdenken, waarbij je als respons je vinger kunt opsteken en stellen: ‘Helaas, die tijd is voorbij, dat moeten wij niet meer willen’. Hoewel: je zou je kunnen afvragen of de vraag van Nietzsche’s dolle mens “Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons?” beantwoord is in de eerste helft van de 20e eeuw, of dat dit onderdeel is van een soort collectief pedagogisch groeipad waarbij je postmodernisme met recht zou kunnen betichten van het zijn van een ideologie. Wat niet wil zeggen dat het hervinden van in lood gegoten zekerheden een goed plan is (m.i. een vorm van regressie).

    Thoughts?

    1. Hey Gerben,
      dank voor je reactie! Wat je fenomenologie noemt, klopt denk ik wel ja. En over het verkeerd begrijpen van kritiek op Peterson: eens.

      Verder: ja, je dilemma is wel het dilemma van de postmoderne tijd. Ik denk inderdaad dat er tegenwoordig veel filosofen zijn die dat heimwee naar Verlichtingsdenken hebben (ook politici trouwens). En ik denk persoonlijk dat dat geen heilzame weg is. Waar je dan op uitkomt is niet zozeer aanhanger te worden van Nietzsche, maar wel dat je iets moet met zijn inzichten, puur omdat ze (denk ik) de postmoderne tijd vrij accuraat beschrijven. Een boek dat ik hierover veel sense vond maken was van Susan Neiman (iemand die trouwens niet wars is van verlichtingsnostalgie) over het kwaad. Aanrader.

  16. Persoonlijk denk ik niet dat Jordan gelooft dat als we zijn regels allemaal gaan toepassen, het koek&ei wordt. Dan is het nog moeilijk, alleen zijn we af van de politiek correcte hysterie. Dat is nu een chaos! Ik meisje van 17 met blauw haar, gaat mij op youtube vertellen wat ik wel of niet mag zeggen. En ik moet ze allemaal onvoorwaardelijk respecteren.

  17. Hoi Gerko,

    Dank dat je de handschoen hebt opgepakt en ingaat op mijn vraag om te reflecteren op de populariteit van Peterson. En wat een goed inhoudelijk gesprek onder je artikel. Mooi dat dit kan zo. Ik ben geen filosoof, mij past enige bescheidenheid in dit gesprek, maar toch maar even mijn gedachten.

    Waar ik aan moest denken bij het lezen van je verhaal is het antwoord dat Peterson geeft op de vraag ‘Do you believe in God?’. Hij antwoordt: ‘I act like if God exists.’ (https://www.youtube.com/watch?v=t1kSz3Y0H5M) Vat dat ‘m niet samen? Het aardige van zijn boek vind ik dat ik het net zo makkelijk aanraad aan christenen als aan niet christenen. Peterson maakt dat onderscheid in zijn boek irrelevant (althans voor zijn 12 regels). Laten we doen alsof er orde is, alsof er een God is. En stelt hij, bijna iedereen leeft al vanuit die veronderstelling. Precies dat zorgt ervoor dat we niet vervallen in totale chaos. Persoonlijk hoop (geloof?) ik dat we niet alleen ‘doen alsof’. Dat God niet (alleen) met zijn handen in het haar erbij staat te kijken. Ik ga er vooralsnog vanuit (zonder het zeker te weten) dat er een God, hoop, zin en orde is. Misschien ben ik gewoon minder post-modern dan jij. Daarbij moet ik ook denken aan de niet zo aangename leraar uit jouw verhaal. Dat beeld kun je ook toepassen op de slim redenerende post-moderne filosoof (en daarmee bedoel ik niet jou, gezien hoe je reageert op de feedback onder je artikel :-). De redenatie lijkt sluitend, maar ergens denk ik: ‘het klopt niet!’. De bijbelse verhalen over zin en hoop… die resoneren. De grote verhalen… die ontroeren ons en zetten ons aan tot (sociale)actie. Misschien maak je een terecht punt over Peterson, over zijn gebrek aan zelfreflectie op een dieper ideologisch niveau. Maar wat mij raakt en aanspreekt in zijn verhaal is die tweede laag. Die super praktisch is en mensen nieuwe energie en elan kan geven. Juist diegene die misschien wat lamgeslagen zijn door het eindeloos relativeren. Die zich afvragen ‘waarom eigenlijk…’ en ‘wat heb ik toe te voegen…’. Voor hen, die het misschien bij het (christelijke) geloof niet meer kunnen vinden, heeft Peterson veel te bieden. Daarbij is het goed om, zoals een van de reageerders al opmerkt, niet te vervallen in een verafgoding van Peterson en ook Peterson niet te gebruiken in een nieuwe heilige oorlog tegen alles wat maar naar links ruikt.

    Waar ik nog wel meer van jou over zou willen horen is
    1) Hoe jij aankijkt tegen de redenering van Peterson dat er absoluut kwaad is (kijk maar naar de recente geschiedenis met nazisme en communisme). Goed is vervolgens, zo redeneert Peterson, alles wat ons weghaalt bij dat kwaad – daar hij heeft hij vervolgens 12 regels voor die zich bewezen hebben en die ons kunnen helpen goed te doen-.
    2) Daarmee samenhangend; wat heeft het postmodernisme op praktische niveau in de aanbieding wat dat betreft. Vergelijk ook de vragen die Arjen van Veelen in dit mooie verhaal op De Correspondent stelt: https://decorrespondent.us6.list-manage.com/track/click?u=8afce7db3efb3457925a48c26&id=176d00fea8&e=180d5f4478

    Ik ben oprecht benieuwd. Tegelijk blijf ik vooralsnog enthousiast over Peterson :-).

    1. Hey Otto,
      dank voor je reactie. Helder betoog. Misschien heb je gelijk dat wat Peterson zegt m.b.t. God ook toe te passen is op zijn ideeën over orde en waarheid. Bescheidenheid hierin is dan sowieso +1.

      Ik maak nog even een filmpje om het punt van ideologie te onderstrepen. Het is een punt dat Peterson zelf ook maakt, en wat mij betreft het belangrijkste punt dat er te maken valt.

      Ik ga nog even in op je vragen:
      1. Lijkt me moeilijk te ontkennen dat er kwaad is. (hoewel ik niet precies weet wat ‘absoluut kwaad’ dan zou betekenen). En daar is ongetwijfeld iets tegen te doen. De stroming die ik interessanter vind, legt minder nadruk op het praktische element (dat is een mankement misschien ja), maar meer op het theoretische punt: hoe ga je om met het feit dat er kwaad is. Deze filosofie verkent het idee dat je op existentieel niveau kwaad misschien moet accepteren, of misschien zelfs omarmen, als onderdeel van het leven. (hier zit natuurlijk veel Nietzsche in). Zie ook mijn blog daarover: https://lazarus.nl/2017/09/is-zwijgen-god-ultieme-bewijs-inderdaad-dood-is/

      2. Inderdaad zeer goed stuk van Arjen van Veelen, vond ik ook. Hij maakt het punt dat ik probeer te maken. Quote: “De dominante ideologie van onze tijd is de afwezigheid van ideologie. Laten we het neoliberalisme noemen: de vrije markt zijn gang laten gaan.”

      Zijn advies aan het slot: “En als je zo snakt naar leefregels: stop je opgeheven vingertje weg, haal de ernst van je gezicht. Lach, want je hebt het meestal goed. Ontspan, wees gul, wees liberaal, wees gedisciplineerd in je vrijheid, maar masturbeer zoveel je wilt.”

      Ben ik nou helemaal gek om te denken dat die laatste adviezen juist zijn opgesteld in reactie op mensen als Peterson?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *